Reisverhaal «aankomst, Reykjavik en het westen»

Ijsland | Ijsland | 2 Reacties 21 Mei 2026 - Laatste Aanpassing 21 Mei 2026

tenzij anders vermeld is de info over de bezienswaardigheden afkomstig van https://guidetoiceland.is

******

De internationale luchthaven ligt in Kevlavik, 50 km westelijk van Reykjavik. Flybus verbindt vele malen per dag de luchthaven met het busstation in Reykjavik. Kleinere busjes rijden dan verder door de stad met enkele stopplaatsen. Het ticket voor de Flybus  kopen we op her vliegtuig.  In het centrale busstation van Reykjavik moeten we bijbetalen voor de kleine bus, één halte verder,bij het stadhuis, maar wel een heel eind om met bagage te stappen. Daarna is het nog ongeveer 400m verder, ons verblijf Refurinn ligt vlak naast het Spital, het ziekenhuis.

 

het gastenverblijf Refurinn.  De kamers hebben geen eigen badkamer, maar op het gelijksvloers (na een steile trap met hoge treden) zijn er 3 badkamers voor 4 kamers, alles zeer goed onderhouden

een minikeukentje met alles er op en er aan, hier eten wij ons ontbijt.  Andere gasten eten op hun kamer


We wandelen 's avonds nog even rond in de hoofdstad, dikwijls lijkt het eerder op een dorp dan op een stad

we verblijven dichtbij de haven, hier vertrekken allerlei excursies, vooral voor toeristen die vanuit Reykjavik de omgeving bezoeken

de handelshaven  ligt nog verder, hier is de ferryhaven en de toeristenhaven

in het zeewater zien we bij de kade heel wat blaaswieren

de zon schijnt, het is mooi weer, maar iedereen is hier winters gekleed

in het stadje zelf, veelal erg kleurrijke huizen.  Dat doet ons denken aan Bergen in Noorwegen.  Het grote verschil is: in Bergen zijn de huizen bekleed met hout, hier met metalen platen (er is hier immers geen hout)

regenboogkleuren alom, hier worden mensen met een andere geaardheid niet gediscrimineerd

De dagen zijn hier al heel lang, de zon gaat pas deels onder tegen 23u en dan is het nog licht genoeg genoeg.  De lampen naast het bed zijn hier overbodig.  Wanneer ik rond 4u30 wakker wordt (in België is het dan al 6u30) dan is het weer licht zoals midden op de dag.  De zon komt hier op voor 4u 's nachts.

de katholieke kerk in Reykjavik bevindt zich net voorbij het ziekenhuis

1. Reykjavik en het westen van IJsland

Reykjavik

Reykjavik is de meest noordelijk gelegen hoofdstad ter wereld, en tegelijk één van de kleinste hoofdsteden. De hoofdstad is ook de meest westelijk gelegene van alle Europese hoofdsteden.

 

Reykjavik is aangeduid met een pijl

IJsland telt ongeveer 340.000 inwoners, waarvan ongeveer 130.000 in de hoofdstad wonen. In het hoofdstedelijk gebied wonen ongeveer 230.000 mensen.  De rest van het eiland is dus schaars bewoond.

We verblijven hier 2 nachten , via booking.com hebben we dit en elk ander verblijf gereserveerd.

dinsdag 19 mei 2026

De stad verkennen we te voet, de tijd is echter te kort om elk museum en alle bezienswaardigheden te zien..  We volgen de wandeling van Reisroutes, ik heb de route op RouteYou gezet voor de eenvoud.  We gebruiken ook de Bradt reisgids omdat er op het plan in dit boek meer gebouwen zijn aangeduid.

nu, half mei, ontluikt de lente.  Sommige struiken komen in blad, nog klein en fris groen

De oude Haven is een natuurlijke beschermde toegang tot wat nu de hoofdstad van IJsland is. 2 kleine eilanden liggen voor deze toegang, waardoor het gebied beschermd is tegen stormen.
Ooit kwamen hier de eerste Vikingen aan wal.
De haven was de plaats waar visserijschepen vertrokken en terug keerden en waar handel gedreven werd.

het gebied van de Oude Haven

Nu is het toerisme hier belangrijk: excursies om walvissen en papegaaiduikers te spotten en noorderlichtcruises hebben hier hun thuisbasis.
Geleide stadswandelingen starten meestal in de Oude Haven.

een schip wordt in het droogdok hersteld

wat is boven en onder? snelbootjes liggen te wachten op de passagiers die mee op walviszoektocht gaan

met een extra zware overall om de koude, de wind en het opspattende water te trotseren

een luxe-Noords expeditieschip, dat net een 12-daagse tocht van Hamburg tot Reykjavik achter de rug heeft, en morgen vertrekt voor een 7-daagse tocht rond Ijsland met hier en daar bezoeken voor een slordige 6000€

er heerst op de kade grote bedrijvigheid zowel van mensen ...

als van boten die straks volgestouwd worden met passagiers

We gaan even een zijstraatje in, langs het Kunstenmuseum.  Het gaat pas om 10u open, wij zijn hier rond 8u30

terug aan de haven staan vissersvrouwen op uitkijk of de mannen nog niet op terugweg zijn...

waarschijnlijk diende deze lok voor transport in en rond de haven

Het Regeringsgebouw werd in 1770 als gevangenis gebouwd, nu zijn er de diensten van de eerste minister gehuisvest.

het Huis van de Cultuur

Het Hooggerechtshof bevindt zich aan hetzelfde plein en in de buurt ook het Cultuurhuis.

Koning Kristiaan IX van Denemarken, ooit regerende vorst over IJsland

kleurrijk fietsje aan de voet van de kleine heuvel met de officiële gebouwen

aan de overzijde van de weg, het ministeriegebouw

Naast het ministeriegebouw bevindt zich het Harpa congres- en concertgebouw

Ten tijde van de constructie zeer controversieel gebouw.  De bouw was halverwege toe IJsland in 2007 bankroet ging, de hoofdsponsor was de eigenaar van de grootste bank van IJsland, die toen de start was van het faillisement. Uiteindelijk heeft de staat het gebouw over genomen, en het is in 2011 geopend

In 2013 won het Mies van der Rohe-gebouw de Prijs voor Hedendaagse Architectuur, toegekend door de Europese Unie. Het kenmerkende uiterlijk van het gebouw komt door de glazen gevel van Ólafur Elíasson, die is geïnspireerd op de IJslandse natuur. De gevel bestaat uit veel kleinere glas- en stalen elementen, en vergelijkbare spiegels zijn te vinden in het plafond, geïnspireerd op kolomvormige rotsen. Ólafur speelt vervolgens met het licht dat aangaat tijdens de donkere wintermaanden van IJsland, maar elk raam bevat LED-licht dat bediend kan worden. 

De glazen gevel bestaat uit 714 LED-verlichting, 486 in het oostelijke deel van het gebouw en 228 in het westelijke deel. Deze lichten tonen meestal videowerken ontworpen door Ólafur Elíasson. In 2021, ter gelegenheid van het 10-jarig jubileum van het gebouw, creëerde hij 12 nieuwe lichtwerken om op het glas te tonen, één voor elke maand van het jaar.  (Harpa (concertzaal en conferentiecentrum) - Wikipedia, de vrije encyclopedie)

op het plein voor Harpa een kunstwerk

Reykjavik betekent 'Baai van Rook', in het Oudnoors betekent rook ook stoom, damp.  Hier bij Harpa heeft het water een hogere temperatuur, de rook is nog steeds te zien

We wandelen verder langs aan de ene zijde een drukke weg, langs de andere zijde de zee (of beter de oceaan)

hier hebben de gebouwen een stadsallure, sommige zijn cremekleurig, andere zwart, nog andere lichtgeel

een geschilderd stuk ruwe lava, als kunstwerk

werk dat de samenwerking tussen de USA en IJsland (in de jaren 90 van vorige eeuw) symboliseert

kijken we nog even naar achter, het centrale deel van de stad aan zee

Wat verder zien we het beeld ‘Sun Voyager’ van de Reykjavik artiest Jon Gunnar Arnason, uit 1990. Het stelt, hoe kan het ook anders, een boot voor, uitgevoerd in roestvrij staal.
De beeldhouwer omschreef het als "een ode aan de zon" en een belofte aan de onontdekten. Het beeld brengt een eerbetoon aan de Vikingontdekkingsreizigers die meer dan duizend jaar geleden IJsland vestigden en is een symbool van de vrijheid om te reizen en de wereld te verkennen.

We komen bij de Höfδi vuurtoren

We verlaten de zee , dichtbij staat het Höfδi huis, een groot wit Jugendstilgebouw uit 1909. De toenmalige Franse consul bestelde het houten gebouw, het werd, net zoals ook het geval was met andere houten huizen, in Noorwegen gebouwd, en in stukken verscheept naar IJsland. De consul verbleef maar 4 jaar in Reykjavik, hij vond zijn huis maar niets en verkocht het. Nadien woonden er consuls, ambassadeurs, dichters en kunstenaars.
Sinds 1967 is Höfði een locatie voor stadsrecepties. Beroemd is de Reagan-Gorbatsjov-top in Höfði in oktober 1986, die wordt beschouwd als het begin van het einde van de Koude Oorlog. IJsland was het eerste land dat het herstel van de onafhankelijkheid van de Baltische Staten erkende, en een verklaring daartoe werd in augustus 1991 in Höfði ondertekend.

in België al een tijdje uitgebloeid, hier nog een vrolijke tint aan een grasplein

We wandlen verder, hier en daar iets leuks om te fotograferen

tijdens de voormiddag zijn de meeste gelegenheden om een koffietje te drinken, nog gesloten.  Niet hier dus...

We komen bij de grootste kerk van IJsland, Hallgrimskirkja, een lutheraans kerk. De hoogte is 74,5m en de kerk ligt op een heuvel in het centrum van de stad.
De kerk werd ontworpen door een van de bekendste architecten van IJsland, Gudjon Sameelsson, die naar verluidt inspiratie zocht voor zijn expressionistische ontwerp uit elementen van de IJslandse natuur. Deze omvatten gletsjers, bergen en lavaformaties, met name de zeshoekige basaltzuilen die de waterval Svartifoss in Natuurreservaat Skaftafell, in Nationaal Park Vatnajokull omringen. Deze hebben de architectuur van vele bouwwerken in IJsland beïnvloed, evenals een hele reeks andere artistieke projecten.

De bouw van de kerk nam 41 jaar in beslag. De bouw begon in 1945 en eindigde in 1986. De leiders van de Kerk van IJsland wilden een gebouw dat zou uittorenen boven de katholieke kerk van Landakotskirkja, ook ontworpen door Samuelsson.

Het grote pijporgel in Hallgrimskirkja, bestaande uit meer dan 5000 pijpen, werd gebouwd door de Duitser Johannes Klais uit Bonn en de bouw werd voltooid in december 1992.

Buiten de kerk staat een van de beroemdste beelden van een van IJslands meest legendarische kinderen, Leifur Eiriksson, van de Amerikaanse beeldhouwer Alexander Stirling Calder. Eiriksson was een Noorse ontdekkingsreiziger uit IJsland die het continent Noord-Amerika ontdekte in het jaar 1000, meer dan een half millennium voor Christoffel Columbus. (https://guidetoiceland.is/nl/reizen-ijsland-autorijden/hallgrimskirkja)

Het standbeeld was een geschenk uit de Verenigde Staten in 1930, op de duizendjarige verjaardag van IJslands wetgevende orgaan, de Althingi, opgericht in Thingvellir in 930 na Christus. Dit was het eerste democratisch gekozen parlement ter wereld en is nu gevestigd in Reykjavik.

een bank in de zon, net zoals vele mensen hier, tijd en een plek voor een boterhammetje (lekker brood in IJsland)

Wat verder komen we langs de Beeldentuin, Höggmyndagarðurinn (onuitspreekbaar)

de beelden werden tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw gemaakt

tijdens de afdaling van de hoogste heuvel zien we een verzorgde oude woning

met bloemen in de tuin

Bij het centrum van Reykjavik bevindt zich een meer, Tjörninn, letterlijk ‘vijver’ omdat de plas ondiep is. in feite bestaat het uit vijf verschillende waterlichamen, die zich uitstrekken vanaf het centrum richting de binnenlandse luchthaven van Reykjavík, die is gebouwd aan de bron van het meer, het Vatnsmýri-moeras.

krokussen in een parkje dichtbij de Vijver

grote lens klaar ....

De ‘Vijver’ is o.a. ook bekend als plaats waar steeds heel wat watervogels te spotten zijn.

Witte Kwikstaart (Motacilla alba) 
 
Lengte 18 cm, spanwijdte 25-30 cm, gewicht 19-27 g, een tere zangvogel
In IJsland komt de witte kwikstaart overal in het land voor en broedt vooral in laaglandgebieden.
Hij vliegt in een golfachtige stijl, waarbij hij de vleugels dicht tegen het lichaam houdt en naar de grond duikt. Soms hangt het kort in de lucht, zoals de Arctische stern.
De IJslandse witte kwikstaart is een trekvogel die arriveert in april-mei. Vroeger werd aangenomen dat het de komst van koopvaardijschepen in het voorjaar voorspelde, omdat de vogels vaak op scheepsdekken rustten tijdens hun lange trektocht. Toen de eerste witte kwikstaarten werden gespot, volgden de eerste koopvaardijschepen spoedig. De witte kwikstaart verlaat het land in het vroege najaar en trekt naar Noordwest-Afrika, waar hij de winter doorbrengt.
Witte kwikstaarten veroveren een territorium voordat ze broeden, wat ze verkondigen met prachtig territoriaal gezang. Het vrouwtje wikkelt een nestmand in een beschutte schuilplaats, vaak in rotsspleten, dichte struikgewas of menselijke habitats. Het nest is geïsoleerd met wol en veren.
De Witte kwikstaart is insectenetend en staat bekend om zijn talent om vlinders, kevers en andere zwervers te jagen tijdens het vliegen. De vogel staat ook bekend om zijn vindingrijkheid bij het foerageren op de grond en wordt vaak gezien terwijl hij dode insecten op autobumpers eet


Grauwe Gans  (Anser anser)  
De Grauwe Gans is voornamelijk een trekvogel in IJsland en arriveert in grote aantallen vroeg in het voorjaar. Begin maart verschijnen de eerste vogels in het zuidelijke deel van het land. Ze beginnen zich te voeden en bouwen de energiereserves op die nodig zijn voor het komende broedseizoen. Het mannetje, in het IJslands vaak "Gassi" genoemd, houdt wacht en beschermt zijn vrouwtje, waardoor ze tijd krijgt om te eten en energiereserves op te bouwen voor de broed. Wanneer het vrouwtje broedt, wordt het mannetje behoorlijk agressief tegenover indringers. Hij sist, bijt en slaat met zijn vleugels als ongewenste bezoekers dichterbij komen.
In de late herfst vormen de grijsganzen grote zwermen van honderden vogels en verlaten het land. IJslandse ganzen migreren naar Groot-Brittannië. Het grootste deel van de populatie verblijft in de winter in Schotland, maar het volgen van gemarkeerde vogels heeft aangetoond dat een deel van de populatie in Noorwegen en Nederland verblijft. Sommige grijze ganzen migreren echter niet uit IJsland, maar blijven tijdens de lange winter. Ongeveer duizend vogels verblijven in het gebied van Reykjavík en zijn afhankelijk van het voedsel van de lokale bevolking. Nog meer ganzen verblijft in aardappel- en gerstvelden in Zuid-IJsland tijdens de strenge wintermaanden

Topper  (Aythya marila)
Lengte 42-51 cm, spanwijdte 67-73 cm, gewicht 0,8-1,3 kg
vrij veelvoorkomende broedende duikeend op IJsland. Ze lijken sterk op de kuifeenden.
broedt subarctisch van IJsland en Scandinavië oostwaarts tot aan de Lena-rivier (noord-centraal Siberië); overwintert naar de kusten van het noordwesten en oost-midden-Europa (oostelijke Noord-Atlantische Oceaan), en de Zwarte en Kaspische Zee

Mexicaanse Eend  (Anas platyrhynchos)
de wilde eend is wereldwijd waarschijnlijk de meest bekende eend omdat het in bijna elke stadspark ter wereld te vinden is als de "tamme eend". Verschillende fokrassen en albinovormen karakteriseren de tamme eend. De wilde eend is een algemene broedvogel op IJsland die in veel verschillende gebieden gevonden kan worden maar zeldzaam is in de hooglanden. Ook op IJsland leren zij snel om optimaal gebruik te maken van wat menselijke nederzettingen te bieden hebben. De wilde eend onderscheidt zich echter van de tamme doordat het zijn wintertrekgedrag niet verloren heeft. Op IJsland zoeken wilde eenden die in de winter niet naar Europa trekken, beschutting langs de zuidkust.

Noordse Stern (Sterna paradiseae)  
Lengte 33–36 cm, spanwijdte is 76–85 cm, gewicht is 86–127 g.
De stern is een Arctische vogel en is zeer kenmerkend voor de zomer op het noordelijk halfrond. Hij heeft circumpolaire broed, verspreid rond Spitsbergen en Groenland, maar komt ook voor in Europa tot zo ver zuidelijk als Groot-Brittannië en Nederland. De stern komt overal in IJsland voor, maar de nesten liggen meestal dicht bij de zee. Toch zijn er enkele dunne kolonies in de hooglanden nabij grote meren. De stern arriveert in april/mei, De sternpopulatie in IJsland is groot, maar is de laatste jaren afgenomen
Het menu van een sternkuiken bestaat voornamelijk uit kleine vissen, zandpalingen ) aan zee of stekelbaars in de hooglanden. De stern voedt zich ook met insecten en ongewervelden wanneer vis schaars is. Schommelingen in de zandpalingpopulatie in IJsland in de afgelopen jaren hebben een negatieve invloed gehad op het overleven van kuikens.
Sterns brengen het grootste deel van hun leven door met vliegen tussen de Arctische en Antarctische gebieden en zitten slechts kort om te rusten of eieren uit te broeden. Ze zijn uitzonderlijk goede vliegers en worden vaak in de lucht gezien voordat ze diep duiken om voedsel te vangen of een ongewenste gast af te schrikken. Degenen die moedig genoeg zijn om een sternkolonie binnen te gaan, zullen al snel leren over de agressiviteit en vliegcapaciteiten van sterns.
De hele kolonie vliegt op en de vogels beginnen scherpe duiken te maken. Ze proberen zelfs het hoofd van de indringer te pikken met hun scherpe snavels. En ja, het doet pijn! Veel vogels broeden dicht bij sternkolonies ter bescherming, omdat broedsterns een indrukwekkende luchtmacht vormen

Koperwiek  (Turdus iliacus)

20–24 cm lang, spanwijdte 33–34,5 cm , gewicht 50–75 g
Het is een vrij kleine, kwetsbare vogel die galoppeert en vooral op de grond leeft. Een ondersoort komt enkel in IJsland voor.
trekvogels en verlaten het land in de herfst, om vroeg in het voorjaar terug te keren, met de eerste aankomsten aan het begin van April. De vogels zijn waargenomen in Groot-Brittannië, Ierland, Frankrijk en het Iberisch schiereiland. Een klein deel van de bevolking verblijft het hele jaar door in IJsland en woont in steden en dorpen.
Net als bij andere zangvogels komen de jongen naakt en blind uit, volledig afhankelijk van hun ouders om te overleven. Ze rijpen snel en verlaten het nest ongeveer twee weken na het uitkomen. De jongen blijven vervolgens op de grond in dichte begroeiing, maar worden door hun ouders gevoed totdat ze kunnen vliegen. Jonge dieren van eerdere legsels helpen bij het grootbrengen en voeren van de jongste zodat de ouders eieren kunnen leggen en het volgende legsel kunnen uitbroeden

Spreeuw   (Sturnus vulgaris)

Lengte 21 cm, spanwijdte 37-42 cm, gewicht 75-90 g
de spreeuwen komen vooral voor in het zuidwesten van IJsland, maar er zijn ook meldingen van succesvolle broedspreeuwen in Akureyri, Noord-IJsland. Het vestigde zich relatief recent op IJsland. Het eerste bekende broedpaar dateert uit 1940. Het is een opportunist die graag menselijke afval uitbuiten, maar ook goed gebruikmaakt van wat de natuurlijke omgeving biedt.
associëren met grazende paarden verspreidt zich in IJsland.
De vogels waren zeer beweeglijk en behendig: ze vormden vaak grote zwermen die zich splitsten en zich verenigden, vlogen de lucht in of landden dicht bij de paarden. Soms vestigden ze zich op de rug van het paard (tot 25 per paard). Bij nadere inspectie van hun gedrag werd duidelijk dat ze geen parasieten (luizen) of huidschilfers (één duidelijke uitzondering) opaten. In plaats daarvan leken ze de paarden te gebruiken als zitplaatsen om te zien waar andere vogels aan het eten waren, als rustplaats, het verzorgen van de veren of voor interacties met andere vogels, en om op de uitkijk te zijn voor roofdieren. Ze brachten 73% van hun tijd door met het zoeken naar voedsel (bessen en ongewervelden rond de paarden en in de paardenuitwerpselen

Vissen komen hier niet voor. Hierover bestaat een legende : Volgens de mythe woonden twee oudere dames aan tegenovergestelde kanten van de vijver en wasten regelmatig hun kleren in het water. Op een dag, terwijl ze allebei hun kousen aan het schoonmaken waren, ontstond er een discussie over wie rechten had over alle vissen in het meer. In het heetst van de strijd gingen beide dames het water in en in een magisch moment veranderden alle vissen in insecten en schaaldieren. Sindsdien is vissen niet meer op de agenda.

Het meer werd rond 800 n. C; gevormd doordat een grindlaag het gebied afsloot van de zee.

Tjörnin zag veranderingen en ontwikkelingen vóór, tijdens en na beide wereldoorlogen. De uitlaat van Tjörnin staat bekend als Lækurinn en was vroeger een openwaterkanaal dat helemaal van de vijver naar de oceaan liep. In 1911 werd deze beek overbebouwd en onderdeel gemaakt van het rioolsysteem onder de Lækjargata. De naam Lækjargata betekent in feite "Beekstraat."

In 1913 werden sluizen aan de uitlaat van het meer ingevoerd, waardoor getijdengolven Tjörnin niet konden bereiken (in 1989 werd al het zeewater verhinderd het meer binnen te stromen, waardoor de overgang naar een zoetwaterlichaam snel werd gerealiseerd).

In 1920 werd er een voetgangersbrug over de vijver gebouwd, waardoor het water in tweeën werd gesplitst; Noord-Tjörn en Zuid-Tjörn. Gedurende de oorlogsjaren werden talrijke verbeteringen aan de brug aangebracht, waarvan de grootste in 1942 plaatsvond toen de weg werd verbreed en dichtgeasfalteerd om gemotoriseerd verkeer mogelijk te maken. De brug wordt in de volksmond aangeduid als "De Brug Over de Pond."

rechts het stadhuis

Dergelijke snelle veranderingen hebben uiteraard invloed gehad op het ecosysteem van en rondom Tjörnin. Tot in de jaren 1920 werd het zuidelijke uiteinde van het meer door de stad Reykjavik gebruikt als vuilnisbelt. Alle wegen en gebouwen die naast het meer liggen, zijn gebouwd op de locatie van deze historische stortplaatsen, en de dijken van het meer zijn sindsdien heringericht, waardoor ze als 'door mensen gemaakt' worden geclassificeerd. Schattingen suggereren dat tot 30% van het meer is verloren gegaan door deze stortplaatsen.

Tegenwoordig wordt een groot deel van het stroomgebied van Tjörnin ingenomen door de binnenlandse luchthaven Reykjavik. De omliggende wetlands zijn ook drooggelegd. In de afgelopen twintig jaar heeft de Universiteit van IJsland haar campus ook uitgebreid naar het oostelijke deel van de wetlands en loopt de weg Hringbraut nu verder het gebied in dan vroeger. Hoewel het water op korte afstand ligt, heeft het gebruik van meststoffen in het gebied het voedingsstofgehalte verhoogd. (https://guidetoiceland.is/reykjavik-guide/tjornin-the-pond-in-reykjavik)

Rond de vijver is een verzameling belangrijke gebouwen neer gezet zoals het Nationaal Museum van IJsland, de Universiteit van IJsland, de begraafplaats Holavallagarδur, de Nationale Bibliotheek, ..

Aan de overzijde van het meer is de Fríkirkjan í Reykjavík ("De Vrije Kerk van Reykjavík") een opvallend gebouw.

Naast de kerk bevindt zich de Nationale Galerij van Ijsland. Het gebouw werd oorspronkelijk daar opgericht als een vriesinstallatie, gebruikt om ijs op te slaan dat uit het bevroren oppervlak van Tjörnin is gehouwen. In de winters van 1919 en 1920 werd meer dan 11.000 kubieke meter ijs uit het meer opgetild, per slee naar de vriesfabrieken gebracht om uiteindelijk te worden gebruikt voor visverpakking tijdens handelsmissies naar Groot-Brittannië.

De fabriek werd gebouwd in 1916 en ontworpen door de beroemde IJslandse architect Guðjón Samúelsson.

Aan de noordzijde van de Vijver werd in 1987 het Stadhuis gebouwd. Naast de kantoren van de verschillende stadsdiensten herbergt het gebouw ook een grote 3D-topografische kaart van IJsland die duidelijk de vele vulkanen, meren, gletsjers en bergketens van het land toont.

we zijn dichtbij de luchthaven voor binnenlandse vluchten, dikwijls oude toestellen die heel wat lawaai produceren

Merel  (Turdus merula)
broedt veel in grote delen van Europa, van IJsland, de Faeröer en de Britse eilanden oostwaarts tot aan het Oeral en noordwaarts tot ongeveer 70 N, waar hij vrij zeldzaam is. Een kleine populatie broedt in de Nijlvallei. Vogels uit het noorden van het verspreidingsgebied overwinteren door heel Europa en rond de Middellandse Zee, waaronder Cyprus en Noord-Afrika.

in het stadhuis is er een model van de topografie van IJsland, interessant

Wat verder zitten mensen watervogels te voederen.  De vogels hebben blijkbaar helemaal geen angst

Kleine Mantelmeeuw  (Larus fuscus)

Lengte 51–64 cm, spanwijdte 124–150 cm , gewicht 452–1.100 g
grote meeuw die broedt aan de Atlantische kusten van Europa. Hij is trekvogel en overwintert van de Britse eilanden zuidwaarts tot West-Afrika. Hij is een regelmatige wintergast aan de oostkust van Noord-Amerika, waarschijnlijk vanwege de broedpopulatie in IJsland.
meestal een van de vroegste aankomsten in IJsland, of misschien wel de allereerste die al in februari arriveert. Ze brengen enkele wintermaanden door aan de kusten van het Iberisch schiereiland en Noordwest-Afrika. Het is de enige meeuw die een volledige trekvogel is in IJsland

Wilde Zwaan  (Cygnus cygnus)
Lengte 1,4-1,6 m, spanwijdte 2,05-2,35m, gewicht 9-11 kg
broedt voornamelijk in de meren en uitgestrekte veenmoerassen van de taiga van Eurazië: Rusland, Scandinavië en Finland, maar ook in de Arctische toendra, waaronder IJsland
Deze vogel nestelt voornamelijk in de subarctische taiga, maar ook in de arctische toendra en steppe verder naar het zuiden, waar hij waterlichamen bewoont zoals talrijke meren, vijversystemen en veenmoerassen.
Hij heeft grote watermassa's nodig om te leven, vooral de nog groeiende juvenielen, omdat hun lichaamsgewicht niet te lang door hun poten gedragen kan worden.
hij voedt zich met waterplanten waarvan hij alle delen gebruikt (stengels, bladeren, wortels, scheuten en wortels).

Zwartkopmeeuw  (Larus ridibundus)
Kleinste meeuw in IJsland
Lengte 34–39 cm , spanwijdte 100–110 cm , gewicht 186-400 g (m) en 166-350g (vr)
De zwartkopmeeuw begon rond 1930 in IJsland te broeden en verspreidde zich snel over het hele land.
De zwartkopmeeuw komt overal in IJsland voor en wordt vaak gezien bij de kust en in havens, maar ook in gecultiveerde gebieden in de laaglanden.
De meeste IJslandse zwartkopmeeuwen zijn trekvogels en komen eind maart in het land aan en vertrekken richting Groot-Brittannië en West-Europa wanneer de dagen in september korter worden. IJslandse vogels zijn ook waargenomen in Zuidwest-Groenland en Newfoundland. In de winter verblijven enkele duizenden zwartkopmeeuwen aan de kust in Zuid- en Zuidwest-IJsland.
Beide ouders zorgen voor de jongen totdat ze kunnen vliegen. Ze brengen voedsel en houden het warm tijdens de koude Arctische nachten. De zwartkopmeeuw is zeer territoriaal en verdedigt zijn broedgebied agressief tegen indringers
Net als andere meeuwen is de zwartkopmeeuw een opportunistische voeder en een bekende "stadsvogel" die zich voedt met allerlei schroot. Op het strand voedt hij zich vooral met ongewervelden, kleine vissen en visafval. In de laaglanden op gecultiveerde velden voedt hij zich met insecten, wormen en zaden. De zwartkopmeeuw is gezien terwijl hij eieren en jongen van veel kleine vogelsoorten steelt en in de herfst bessen eet.


We verlaten de Vijver richting noorden en westen. Snel komen we bij het centrale plein en park Austurvöllur

2 belangrijke gebouwen aan dit plein zijn de Domkirkjan en het parlementsgebouw van IJsland.

De eerste is de hoofdkerk van het eiland en wordt door de bewoners ook wel ‘kathedraal’ genoemd. Het parlementaire jaar wordt telkens geopend met een dienst in deze kerk.

de Anonieme Bureaucraat

De kerk is vele malen heropgebouwd, vergroot en vernieuwd. De laatste restauratie gebeurde in 1999.

het Parlement Hotel is vele malen grote dan het parlement zelfs.  Wanneer het parlement samen komt, zijn er parlementariërs die helemaal niet op en neer kunnen op één dag ...

Bij het parlementsgebouw hoort een klein park, de eerste openbare tuin in IJsland.

aan standbeelden van mannen geen tekort ...

en toch een vrouw (uitleg zie volgende foto)

We kunnen nu kiezen, terug naar ons verblijf of eerst rechts afslaan in de Austustræti en verder naar de winkelstraat Laugavegur.

De voornaamste winkelstraat is Laugavegur, de weg van de warme bronnen. Onder deze straat heerst er geothermische activiteit waardoor ze ook tijdens de winter steeds sneeuw- en ijsvrij is.

waarschijnlijk het enige (Italiaanse) ijsje op IJsland (hoewel de naam misschien anders doet vermoeden)

woensdag 20 mei 2026

vandaag halen we ’s morgens om 8 uur de gereserveerde huurauto op bij Blue car rental. We huren een Dacia Duster, een kleinere 4x4 zodat we toch de mogelijkheid hebben om hier of daar een niet verharde weg te kunnen nemen.  De auto die we toegewezen krijgen is oranje van kleur.  We zullen hem dus gemakkelijk terug vinden wanneer we na een bezoek of wandeling terug op de parking komen waar we de auto hebben achter gelaten

We rijden de ringweg in wijzerzin.

we vertrekken bij de bordeau pijl, Reykjavik, en we rijden via de rood gekleurde wegen naar de groene pijl, Hellnar

Het doel voor vandaag is de zuidkust van het schiereiland Snaefellsnes. Het schiereiland wordt ook wel 'IJsland in miniatuur' genoemd omdat hier alles voorkomt wat ook op het ganse eiland voorkomt: vulkanen, gletsjers, bergen, fjorden en lavavelden. Het is de thuisbasis van het  Nationaal Park Snaefellsnes   , gedomineerd door de met gletsjers bedekte Snaefellsjökull-vulkaan die boven het landschap uittorent. 

Schnaefelllnes schiereiland gezien op de maquette in het stadhuis van Reykjavik

De gletsjer ligt op iets meer dan 1400m hoogte, bovenop de stratovulkaan, de laatste uitbarsting vond ongeveer 1900 jaar plaats. (een stratovulkaan is een hoge kegelvormige vulkaan die is opgebouwd uit lagen van gestolde lava en steenbrokken. Stratovulkanen hebben relatief steile hellingen)

Gerδuberg bestaat uit een rij perfect gevormde zeshoekige basaltzuilen die langs een klif lopen. De klif waarop de Gerðubergzuilen staan is meer dan een kilometer lang, met zuilen tussen de zeven en veertien meter hoog en tot anderhalve meter breed. Tijdens een uitbarsting duizenden jaren geleden stroomden rivieren van lava hier in zeer gelijke stromen van de kliffen. De zee koelde ze snel af, waardoor ze deze unieke geometrisch symmetrische vorm kregen.

zoals zovele nederzettingen, een woning, een boerderij, enkele huizen en een kerkje ....elke nederzetting heeft een naam

Een eindje verder zien we runderen op een weide, de eerste die we op IJsland zien

Wat verder komen we bij het Ytri-Tungastrand, één van de beste plaatsen op IJsland om zeehonden in het wild te zien. Het is  de thuisbasis van een zeehondenkolonie die vaak zowel zeehonden als grijze zeehonden omvat.  Ytri-Tunga heeft, in tegenstelling tot de meeste andere stranden, een zandkleur.  De gouden gloed van dit strand komt door een mengsel van kwarts, veldspaat en andere mineralen, gevormd door eeuwenlange erosie. Dit zachte, lichtgekleurde zand weerkaatst zonlicht en geeft het strand een warmere en uitnodigende sfeer. Dit zeldzame geologische kenmerk maakt het ook een ideale rustplaats voor wilde dieren, vooral zeehonden, die vaak op de rotsen liggen te liggen.  Het strand ligt echter vol met groot zeewier en blijkbaar rusten de zeehonden graag op een berg van deze wieren

Gewone Zeehond

Het is belangrijk om op afstand van de dieren te blijven om hun natuurlijke levenswijze niet te verstoren.

Zeehonden, met hun ronde gezichten en slanke lichamen, zijn het meest voorkomend bij Ytri Tunga en worden vaak gezien terwijl ze op de blootliggende rotsen liggen. Grijze zeehonden, de grootste van de twee, verschijnen af en toe maar zijn minder frequente bezoekers.

Snaefellsnes gletsjer zou niet meer te zien zijn wanneer we dichterbij komen....

Naast de zeehonden komen er nog eenden voor in het zeewater

Eider koppel, het mannetje is het mooiste

het mooie zand

Bontbekplevier  (Charadrius hiaticula)
19cm hoog. Broedt van noordelijk Midden-Europa tot in het arctische gebied, IJsland, Scandinavië, Noord-Rusland en het Verenigd Koninkrijk. Overwintert grotendeels in Afrika.
Broedt hoofdzakelijk aan de kust op zand- en grindstranden, maar ook in binnenlandse estuaria, kusten van meren, rivierbeddingen, zandbanken, …
Foerageert op typische plevierenmanier: rennen, stoppen, pikken. Trilt soms met poot tijdens foerageren. Eet terrestrische en aquatische ongewervelden.

Bonte Strandloper (Calidris alpina)
de bonte strandloper is een bewoner van kustmoerassen en slikken. In de zomer is hij makkelijk te herkennen aan zijn donkere buik (ongeveer als de zomerkleed van de goudplevier). Op IJsland komt het algemeen voor langs de kust in geschikte kustvlaktes maar ook komt het in de hooglanden voor, maar dan in lagere aantallen. In de winter trekken zij zuidwaarts waar zij dan foerageren in grote aantallen op de Europese slikken gebieden als de wadden.

Steenloper (Arenaria interpres)
Lengte 21-24 cm, spanwijdte 44-49 cm, gewicht 80-110g
eigenlijk geen IJslandse broedvogel maar toch kan je hem regelmatig ook in de zomer tegenkomen. Zij broeden verder naar het noorden (Groenland) en overwinteren langs de kusten van Engeland en continentaal Europa. Tijdens de trek blijven zij vrij lang op IJsland.
Steenlopers zoeken allerlei lagere diertjes tussen stenen en doen daarbij hun naam eer aan. De contrastrijke kleuren van zwart, rood en wit in de zomerdracht maakt deze soort makkelijk herkenbaar

en nog een Zwartkopmeeuw met de gletsjer op de achtergrond

en enkele banken, picknickplaatsjes met een mooi uitzicht

een beek brengt snelstromend water naar de zee

Wat verder houden we halt in Buδir. Búðir bestaat uit een kerk en een landhotel, maar is verder onbewoond.

Búðir was ooit een welvarend vissersdorp en een van de meest actieve handelsposten van Snæfellsnes. Middeleeuwse bronnen beschrijven Búðir als een van de belangrijkste havens van IJsland en archeologisch bewijs suggereert portaalactiviteiten die teruggaan tot de vroegste nederzetting van IJsland. Begin 19e eeuw werd het handelsstation verlaten, maar tegenwoordig bloeit het gebied economisch dankzij het toerisme.

Van de voormalige gemeenschap van Búðir is alleen de zwarte houten kerk Búðakirkja overgebleven. Een man genaamd Bent Lauridtsen kreeg in 1701 een bisschoppelijke vergunning om een kerk in het gebied te bouwen. Toen het ging om de locatie te bepalen, stelde een oude vrouw naar verluidt voor om een man in cirkels te laten draaien totdat hij duizelig werd, waarna hij drie pijlen in de lucht zou schieten. Waar de derde pijl landde, zou de kerk gebouwd moeten worden.  Twee jaar later werd een kleine turfkapel gebouwd, waar deze stond tot ze in 1819 op bevel van de Deense koning Christiaan VIII werd afgebroken. Verschillende bewoners streden voor de herovering van de kerk totdat in 1849 de raad van de priester toestemming gaf voor de bouw van een nieuw gebedshuis—zolang de bewoners van Búðir het project volledig financierden en het onderhoud ervan verzorgden.

Een vrouw genaamd Steinunn had zorgvuldig voor de artefacten uit de oude kapel gezorgd, waardoor de kerk nog steeds enkele van haar originele onderdelen droeg, zoals een deurslot dat Bent in 1703 graveerde. Renovaties vonden plaats in 1951, en opnieuw in de jaren tachtig toen het licht werd verplaatst en herbouwd volgens het oorspronkelijke Deense ontwerp.

het kerkje is gesloten, waarschijnlijk voor onderhoud.  Achteraan zijn 2 mannen aan het werk, ze slaan er nogal op los

de begraafplaats is naast het kerkje, een grote ruimte voor de enkele bewoners ....

begraven in 1891, hier hoeft men geen graven op te ruimen, er is plek genoeg ...

De laatste stop is Arnarstapi.  Hier maken we een wandeling min of meer langs de kustlijn.  Er is een pad, ik heb de wandeling op RouteYou uitgezet.

De dramatische kustlijn van Arnarstapi, gevormd door eeuwen van vulkanische activiteit en onophoudelijke oceaangolven, wordt omzoomd door torenhoge basaltkliffen, natuurlijke bogen en zeegrotten die een verscheidenheid aan zeevogels herbergen.

Arnarstapi is beroemd om zijn indrukwekkende kustkliffen, basaltformaties en de iconische Gatklettur (Boogrots). Veel van de namen en bezienswaardigheden van het gebied zijn geïnspireerd op de Bardar saga Snaefellsnes (De Saga van Bardar Snaefellsnes), een IJslandse saga over een half-mens, half-oger bewaker van Snaefellsjokull. (Er zijn heel veel sagen, ik heb besloten om me er niet in te verdiepen)

Er is ook een wandelpad tot Hellnar, de mooiste kliffen bevinden zich echter dichterbij Arnarstapi.

richting binnenland, de rest van een vulkaankegel

massa's vogels wonen hier op de rotsen

overal nesten met jonge meeuwen

Grote Mantelmeeuw (Larus marinus)
Grootste Meeuw ter wereld. Het is een zeer agressieve jager, piraat en aaseter die broedt aan de Noord-Atlantische kusten en eilanden van Noord-Europa en Noordoost-Amerika.
Hij is 64–79 cm lang met een spanwijdte van 1,5–1,7 m en een lichaamsgewicht van 0,75–2,3 kg
Hij komt overal in IJsland voor, maar broedt vooral aan de kust. De Zwarte Meeuw is een opportunistische voeder die zich voedt met afval van visserijen en vissersboten, vissen, kreeftachtigen, weekdieren en vogels, vooral jongen
Over het algemeen broeden zij op de toppen van rotsen bij zee tussen graspollen. Het is een geduchte jager op kuikens van zeebroedvogels. Desalniettemin leven zij net als vele andere meeuwen vooral van wat er makkelijk te vinden valt.

alleen maar in de vlucht te zien Drieteenmeeuw (Rissa tridactyla)
is een kustvogel uit de arctische tot subarctische regio's van de wereld. Hij is te vinden langs de noordkusten van de Atlantische Oceaan, van Canada tot Groenland, evenals aan de Pacifische zijde van Alaska tot aan de kust van Siberië. Het overwinteringsgebied van drieteenmeeuwen strekt zich verder zuidwaarts uit van de St-Lawrence tot aan de zuidkust van New Jersey, evenals in China, de Sargassozee en voor de kust van West-Afrika.
Ze broeden op richels van kliffen en rotsachtige eilanden, meestal met een verscheidenheid aan andere zeevogelsoorten
Hun belangrijkste voedselbron bestaat uit vissen, hoewel het niet onwaarschijnlijk is dat ongewervelden zoals roeipootkreeftjes, borstelwormen en inktvissen in hun dieet voorkomen, vooral wanneer vis moeilijker te vinden is

het spel van het water, draaiend, een draaikolk vormen, terug trekken, ...

enkele ondiepe meertjes, vol met vogels ...... waar wanen we ons hier?

gras voor een nestje, het wordt meegenomen in de vlucht

Kuifaalscholver (Phalacrocorax aristotelis)
Lengte 72cm, spanwijdte 98cm, gewicht 1,9 kg
kuifaalscholvers zijn kleiner dan gewone aalscholvers
komt voor van IJsland tot Scandinavië en zuidwaarts tot het Iberisch Schiereiland
Hij foerageert in de zee en, in tegenstelling tot de grote aalscholver, is hij zeldzaam landinwaarts. Hij overwintert langs elke kust die goed van vis bevoorraad is.

een vogelgrot, momenteel helemaal in de schaduw... dus wat teveel licht geven aan de camera om de grot te kunnen fotograferen

achter elke hoek een ander uitzicht

We overnachten in het Fosshotel in Hellnar, enkele kilometer verder dan Arnastapi

Hellnar is een oud vissersdorp op het westelijkste deel van het schiereiland Snaefellsnes. Het was vroeger een van de grootste visstations van het schiereiland, met de oudste schriftelijke vermelding van zeevaarders daar uit 1560.
Historisch gezien was de nederzetting een centrum van activiteit, met veel handels- en vissersschepen die dagelijks de haven binnen- en uitliepen. Er waren veel boerderijen in de omgeving, en in 1703 waren er 38 huizen. Hoewel dit volgens moderne internationale maatstaven niets was, was het destijds tamelijk belangrijk voor IJsland.
Gedurende de negentiende en twintigste eeuw begon IJsland zich echter te ontwikkelen en te industrialiseren, en verhuisden de visserij- en handelsindustrieën naar Reyjavík

uitzichten vanop het terras van het hotelletje

het kerkje van Hellnar, misschien ooit mooi geweest ....?

bij het ontbijtbuffet ... een fles alcohol? ... wanneer we beter kijken ... kabeljauw-levertraan... en dat terwijl de zon toch al zorgt voor vitamine D

donderdag 21 mei 2026

De Westfjorden, een zeer moeilijk toegankelijk gebied, slaan we over

De Westfjorden hebben een oppervlakte  minder dan 10% van de eilandoppervlakte, maar de kustlijn heeft een lengte van meer dan 50% van deze van IJsland.  Geologisch is dit gebied het oudste van IJsland.
De Westfjorden bezoeken vraagt veel tijd, een goede conditie om te hiken en houden van de absolute eenzaamheid en stilte.  Omwille van het ruigere klimaat raadt men aan om enkel in de hoogzomer het gebied te bezoeken.  Er is een veerdienst en een vliegveld, IJslanders rijden er meestal heen.

Wij slaan dit gebied dus over.

Afhankelijk van het weer kiezen we nu voor een langere of een kortere weg.  Begin- en eindpunt blijven wel gelijk

Blönduos, ons eindpunt voor vandaag is groen aangeduid

Een optie was om het Vulkaanmuseum te bezoeken aan de noordzijde van het Snaefellness schiereiland.  We hebben echter meermaals voor gesloten deuren gestaan (tijdens andere reizen), dus nog even nagaan.  En wat blijkt, het museum is permanent gesloten.
We kiezen dan voor de zo rechtstreeks mogelijke routen naar ons verblijf in Blönduos.

De oversteek van het schiereiland is via een niet verharde weg.  Voordeel, we kunnen langs de weg even halt houden om een foto te nemen, iets wat op geasfalteerde wegen verboden is.

IJslandse pony's, overal in grotere aantallen te zien, in allerlei kleuren: eenkleurig of meerkleurig

hoewel ze op een groene weide staan, hebben schapen altijd de neiging om uit te breken

een wegwijzer naar ...

een boerderij (de enige reden waarom mensen in het midden van negens wonen

groen betekent altijd: gezaaid gras voor de dieren, schapen, paarden, rundvee

en veel onbruikbaar gebied, met lava, al eeuwen geleden hier terecht gekomen

veel beken en dikwijls ook een ondiep meer, telkens in een opvallend blauwe kleur

lava, al begroeid met mos...

aan de overzijde van de fjord: zuidelijke grens van de Westfjorden

groetjes van de chauffeur van dienst ...


 

Print Friendly and PDF

 

 

 

 

Plaats een Reactie

Cecile Hallo ijslanders, hier volop zomer ,bij jullie nog lentebloei Genoten van de fotos van vogels, van de wilde zeezichten , van de stadswandeling Fijn Sinksenweekend …..baby laat op zich wachten Geplaatst op 22 Mei 2026
Gaby IJsland zonder sneeuw, een heel ander verhaal dan het onze in putje winter. Maar het ziet er ook prachtig uit in de lente. Mooie kliffen. En Stephan in leuk gezelschap met de anonieme bureaucraat en natuurlijk ook met Lou! Maar de turdus merula broedt ook graag in kleine Gentse stadstuintjes hoor! Nog héél veel plezier in het prachtige IJsland! Geplaatst op 22 Mei 2026

 

      
This site is only viewable in landscape mode !
Session Tracking