Reisverhaal «IJsland, het noorden»
Ijsland
|
Ijsland
|
3 Reacties
27 Mei 2026
-
Laatste Aanpassing 27 Mei 2026
tenzij anders vermeld is de info over de bezienswaardigheden afkomstig van https://guidetoiceland.is
2. het noorden van IJsland
Blönduos is ons startpunt om het noorden van Ijsland te bezoeken.
Tegenover Blönduos, richting westen, ligt het Vatnsnes schiereiland, bekend voor zijn zeehondenkolonies.

google kaart waar Blönduos en het schiereiland Vatnsnes zijn aangeduid
IJsland is het hele jaar door de thuisbasis van grijze en havende zeehonden, hoewel het af en toe wordt bezocht door andere robben
Om meer te weten te komen over de zeehonden op Vatnsnes, kunnen bezoekers het IJslandse zeehondencentrum bezoeken, gelegen in de grootste stad van het schiereiland, Hvammstangi.
Het centrum bestaat sinds 2005 en heeft tentoonstellingen over de biologie en geografische verspreiding van zeehonden, de bescherming van zeehonden en de relatie tussen dieren en mens sinds de vestiging. Er is ook informatie over de vogels en walvissen die vaak op het Vatnsnes-schiereiland voorkomen.

een zeehond in deze houdig toont dat het dier nieuwsgierig is


er zijn enkele opgezette robben te zien

lange tijd werd er gejaagd op zeehonden, ze werden doodgeknuppeld en zowat alles was wel bruikbaar. Het vet bvb werd gesmolten en tijdens de winter gebruikt als lampolie.
Hier de huid van een zeehond

het skelet van een zeehond, goed zichtbaar zijn de ledematen die precies zo opgebouwd zijn als deze van andere zoogdieren (en ook de mens). Het enige verschil is de afmeting en de vorm van de botten
In feite komen er maar 3 soorten robben (nog) voor op de IJslandse kusten
de Gewone Zeehond (zoals we zagen tijden het vorige verhaal) (tekst Wikipedia)
Gewone zeehonden worden 120 tot 195 centimeter lang en 45 tot 130 kilogram zwaar. Vrouwtjes zijn meestal iets kleiner dan mannetjes. Vrouwtjes worden meestal 120 tot 156 centimeter lang, mannetjes 130 tot 195 centimeter. Mannetjes hebben regelmatig vele littekens op de nek. Vrouwtjes kunnen littekens hebben op de hals. Deze littekens zijn veroorzaakt door mannetjes, die tijdens het paren in de hals van het vrouwtje bijten.
Zeehonden lijken honkvast te zijn en keren meestal terug naar dezelfde rustplaats. Sommige dieren zijn echter zwervers, en kunnen voor een langere periode wegblijven. De activiteitperiode wordt bepaald door de getijden: bij vloed wordt er gejaagd, bij eb, wanneer zandbanken en rotseilandjes droog komen te liggen, wordt er gerust. In gebieden waar rustgebieden ook bij vloed droog blijven, zijn zeehonden dagdieren, die 's nachts op de rustplaatsen verblijven. De zeehonden rusten vaak in grote gemengde groepen, die uit tot wel 1.000 dieren kunnen bestaan. In het water zijn ze vaak echter alleen.
Zeehonden voeden zich voornamelijk met vis, maar ook met weekdieren, kreeftachtigen, inktvissen en wulken. Vooral haring en kabeljauwachtigen zijn belangrijke prooidieren
Grotere vissen eten ze aan het wateroppervlak, kleinere vissen worden tijdens het jagen onder water opgegeten. Jonge zeehonden worden bij de geboorte gezoogd. Ze eten ook levende diertjes van op de bodem, dat zijn dan kreeftachtigen. Dit doen ze tot op een leeftijd van 3 maanden. Zeehonden hebben de neiging om zich per seizoen op slechts één soort vis te richten.
Met het voedsel krijgen ze het meeste vocht binnen, en de gewone zeehond drinkt geen zeewater.

Grijze Zeehond (tekst Wikipedia)
De grijze zeehond of kegelrob (Halichoerus grypus) is een zeeroofdier uit de familie van de zeehonden (Phocidae). Het is na de gewone zeehond de meest algemene zeehond
De dieren zijn van andere zeehonden te onderscheiden door hun rechte snuit. De soortaanduiding grypus betekent dan ook "haakneus". Grijze zeehonden zijn over het algemeen ook een stuk groter dan gewone zeehonden, en de grootste soort uit de onderfamilie Phocidae. Het is de enige soort uit het geslacht Halichoerus, wat letterlijk "zeezwijn" betekent.
De grijze zeehond wordt 165 tot 330 centimeter lang en 105 tot 350 kilogram zwaar. Vrouwtjes zijn een stuk kleiner dan mannetjes. Mannetjes worden 195 tot 330 centimeter lang en gemiddeld 170 tot 350 kilogram zwaar, vrouwtjes slechts 165 tot 250 centimeter lang en 105 tot 220 kilogram zwaar. Dankzij een dikke speklaag is de grijze zeehond goed beschermd tegen het koude zeewater.
Grijze zeehonden eten voornamelijk vis als zalm, kabeljauw, schelvis, koolvis, zandspiering en platvissen, en schaal- en weekdieren. Ze eten soms inktvis en een enkele keer zelfs vogels, bruinvissen en andere zeehonden
De grijze zeehond heeft een goed ontwikkeld zicht- en reukvermogen, waarmee ze hun prooidieren opsporen. Het dier kan tijdens het jagen tochten maken van wel honderd kilometer. Ze duiken meestal tot op een diepte van 25 meter, maar er zijn ook duiken waargenomen van wel 100 meter diep.

Zadelrob, gans anders van kleur (tekst Wikipedia)
De zadelrob (Pagophilus groenlandicus, synoniem Phoca groenlandica) is een zeehond, die leeft in het noorden van de Atlantische Oceaan en in de Noordelijke IJszee, rond de Noordpool.
De jongen van de zadelrob hebben bij de geboorte een dikke, witte vacht.
Een volwassen zadelrob wordt 168 tot 190 centimeter lang en 120 tot 140 kg zwaar. Mannetjes worden groter dan vrouwtjes. Vrouwtjes worden gemiddeld 179 centimeter lang en 120 kilogram zwaar, mannetjes 183 centimeter lang en 135 kilogram.
Zadelrobben leven van schaaldieren en vissen. De belangrijkste voedselbron is lodde. Ze kunnen 150 tot 280 meter diep duiken om daar te jagen op vissen als haring en kabeljauw. De zadelrob kan 30 minuten onder water blijven en 280 meter diep duiken
De beste locaties op het Vatnsnes-schiereiland om zeehondenkolonies te zien zijn bij de boerderijen Svalbarð en Illugarstaðir. De beste tijd om de zeehonden te bekijken is de twee uur voor en na laagwater, wanneer het weer helder is.
We rijden het schiereiland rond, de ene plaats is gesloten voor bezoekers. Er zijn immers hele kolonies vogels die momenteel broeden. Heel wat bezoekers klimmen over rotsen om toch maar foto's te kunnen nemen met hun gsm . Op de tweede plaats zijn helemaal geen zeehonden te zien vandaag
De zeehonden van deze reservaten zijn niet bijzonder bang voor mensen, maar toch zijn het wilde dieren en moeten ze niet worden benaderd en zeker niet gevoerd; Hoewel ze meestal vredig zijn, zijn zeehonden bekend om bijten, en zulke wonden zijn zeer gemakkelijk te infecteren.
Zeehonden mogen niet met een drone gefilmd worden. Ze zijn erg gevoelig voor geluid, dus het gezoem (en het geschreeuw) jaagt hen weg, stoort de dieren en verpest de ervaring voor alle andere gasten.

geen zeehonden te zien, maar een speciale rots die gebruikt wordt door vogels (vandaar de witte kleur)

de meeuw die hier nesten bouwt en jongen groot brengt is de Drieteenmeew, de kleinste meeuwensoort
Blonduos, gespeld als Blönduós in het IJslands, is het grootste stedelijke gebied van Hunafloibaai in het noordwesten van IJsland.
Blönduos ligt op de rivier Blanda, een van de langste rivieren van IJsland. Daarin ligt het prachtige eiland Hrutey, rijk aan vegetatie en een leefgebied voor vele vogelsoorten, zoals ganzen.

Hrutey eilandje in de Blanda rivier

vanuit de kamer waar we hier 1 nacht verblijven, kijken we uit op de dichtbij gelegen rivier
Vrijdag 22 mei maken we een wandeling op het eilandje

een mooie foto van het eilandje op het welkomsbord voor Blönduos

er is een toegang via een paadje aan de stadszijde van de rivier. Zoals op vele plaatsen op IJsland is ook hier een toendra-landschap

waarschijnlijk in de wet ingeschreven, overal parking voor mensen in een rolwagen. Maar verder dan deze plek kan een rolstoelrijder niet komen, een trapje voor de brug en op het eilandje enkel smalle, soms steile paddjes met stenen en boomwortels....

de oorspronkelijke brug dateert al van de tweede helft van de jaren 1800. In Blönduos kwamen goederen per schip toe, via de rivier werden goederen vanuit het binnenland of omgekeerd naar de haven vervoerd. Het laatste stuk echter van de rivier had enkele stroomversnellingen en kleine watervallen. Daarom bouwde men hier een brug om de goederen ietwat verder stroomopwaarts op kleine rivierbootjes te brengen of op te halen


en nog steeds zijn hier draaikolken en stroomversnellingen

de vogel die hier massal voorkomt is de Grauwe Gans. Ze staan in de rivier, ze zwemmen, ze hebben hun nest op het eilandje, ze slapen daar ook, ...

en ze vliegen in paren krijsend over het eilandje en de rivier

maar blijkbaar vergeten ze soms hun nest ... hier met 4 eieren

de Raaf (Corvus corax) komt hier ook voor, we zien slechts 1 exemplaar in de vlucht
Lengte 54-67 cm, spanwijdte 1,2 -1,5 m , gewicht0,8-1,5 kg
de raaf is de enige broedende kraaivogel op IJsland. De raaf broedt echter veel in alle regio's van IJsland. Hij broedt liever op kliffen en begint vroeg (eind maart - april). De vogels vormen levenslange paringsbanden. Broedvogels blijven meestal in hun broedgebieden, terwijl niet-gepaarde vogels meestal groepen vormen nabij stedelijke gebieden waar voedsel volop is.
wordt beschouwd als een zangvogel en is de grootste van deze vogels in IJsland. Het is een standvogel en komt algemeen voor in het hele land. Hij nestelt in mei en juni en het nest heet een laupur, waarin hij allerlei dingen verzamelt en deze vaak bekleedt met wol en veren. De raaf is bijna alleseter en eet bijvoorbeeld bessen, aas en vangt andere vogels als voedsel.

ook de Koperwiek komt hier voor

de bomen en struiken komen in bot


in het snelstromende water zien we een koppel duiken, weer boven water komen, weer duiken...
het is de IJsduiker (Gavia immer)
Het is een echte watervogel die niet op zijn poten kan lopen en alleen naar de oever sluipt om te nestelen. Het is ook een agressieve vogel tijdens het broedproces en ze vallen eenden aan en doden zelfs eenden die te dicht bij de nesten komen. Hij broedt langs moerassige randen van meren. Het is een Amerikaanse soort, waar hij beter bekend staat als loon. IJsland is het meest oostelijke geografische broedgebied, maar buiten het broedseizoen komt het vaak voor aan de westelijke en noordelijke kusten van Europa
De IJsduiker komt alleen naar de kust om te broeden, de rest van de tijd brengt hij door in de open oceaan in wateren tot wel 600 meter diep.
Lengte 69-91 cm, gewicht 3,5 kg, spanwijdte 127-147 cm

eindelijk is er nectar te zuigen voor de hommels

en dan is er nog een Scholekster (Haematopus ostralegus), een vogel die we op vele plaatsen ergens ter wereld zagen
Lengte 40-45 cm , spanwijdte 80-85 cm , gewicht 400-700 g
Valt erg op door zijn luide roep in de zomer. Steltloper
De scholekster komt overal in IJsland voor, maar vooral in laaglanden en dicht bij kusten. Zijn belangrijkste broedgebied is het zuidwesten van IJsland langs de oevers van grote rivieren en bewerkte velden.
voornamelijk trekvogel en verlaat het land in de late herfst. Een groot deel van de populatie overwintert in Groot-Brittannië, maar sommige vogels trekken helemaal naar Galicië in het noordwesten van Spanje. Enkele duizenden vogels blijven aan de IJslandse kusten.
De scholekster arriveert in IJsland in maart en wordt gezien in grote groepen die zich voeden op moddervlakten aan de zuidkust. De baltstijd begint zodra de vogels het land binnenkomen. Ze zijn monogaam en loyaal aan hun metgezellen, vaak een paar voor het leven. De vogels zijn zeer trouw aan hun nestplaatsen en nestelen vaak elk jaar op precies dezelfde plek. Een paar is al 20 jaar op dezelfde plek waargenomen dat broedt. De scholekster nestelt niet in kolonies; elk paar heeft zijn eigen territorium


Vandaag, vrijdag 22 mei rijden we verder naar Akureyri, ongeveer 150 km.

start Blönduos (bordeau kleur) via de min of meer rechte route, eindpunt Akereyri (groene kleur)
We rijden door valleien, gletsjerdalen, over passen en langs rivieren

in de valleien is het bruikbaar land in gebruik voor de productie van gras voor de dieren. Voor de rest is de grond toendra-gebied

de dalen zijn duidelijk U-vormig, ooit bedekt door gletsjers

hier en daar is er een bosaanplanting
Akureyri is de tweede grootste stad van IJsland. De stad ligt aan de basis van de Eyjafjördur, een van de grootste fjorden. Ooit lag hier een gletsjer, na het verdwijnen bleef er een U-vormige dal over, waar zich nu de fjord bevindt.

foto van de maquette uit het stadhuis in Reykjavik. De linker rode vlek duidt Akureyri aan
Akureyri wordt ook wel de hoofdstad van Noord-IJsland genoemd.
Het ligt slechts 100 kilometer (62 mijl) van de poolcirkel. Het is het op één na grootste stedelijke gebied van IJsland met een bevolking van ongeveer 19.500 inwoners.
Akureyri staat ook bekend om zijn unieke hartvormige rode stoplichten, een lokaal symbool van positiviteit en warmte. In de winter is het een geweldige plek om te genieten van skiën en het noorderlicht, terwijl de zomer mogelijkheden biedt voor walvissen en wandelen.

Akureyri wordt omringd door bergen, waarvan de hoogste Kerling is met 1.538 meter (5.064 voet). Het omliggende gebied heeft rijke landbouw en een prachtig bergketen.
Het eiland Hrisey ligt in het midden van Eyjafjordur en Grimsey-eiland, dat de poolcirkel overspant; beide eilanden behoren tot de gemeente Akureyri.
Hier blijven we een dag langer, er is genoeg te bezoeken (bij mooi weer)
We maken een wandeling door het stadje.
De Akureyri kerk wordt beschouwd als het symbool van Akureyri. Dit moderne herkenningspunt ligt op een heuvel en biedt een prachtig uitzicht over de stad. Deze kerk werd ontworpen door de beroemde architect Gudjon Samuelsson en is nog steeds een van de mooiste kerken die je in Europa kunt zien (volgens de brochure)

de kerk ligt ongeveer op halve hoogte boven de fjord. Hogerop bevinden zich het hospitaal, de botanische tuin en de studio-wijk waar we 2 dagen verblijven
Er is de plantentuin, voor het eerst geopend in 1912. Deze rustige plek met IJslandse en buitenlandse planten is het hele jaar door geopend. Het biedt bezoekers een ontspannen wandeling terwijl het de IJslandse omgeving ondersteunt.

de rode bol duidt de plantentuin aan, de kerk ligt iets ten noordnoordoosten ervan (kleine prent)

er zijn al voorjaarsbloemen te zien






zuidelijker is er een Eendenvijver, we stappen er rond en we zien enkele soorten voor de eerste maal in IJsland

Smient (Anas penelope)
Lengte 45-51 cm , spanwijdte 75-86 cm, gewicht 500-900 g
een dwarsduikend die net iets kleiner is dan de wilde eend.
Zij broedt voornamelijk in de noordelijke regio's van IJsland, vooral in Mývatn. Hij is vrij vaak grazend op het land (weiden).

Tureluur (Tringa totanus)
Lengte 27-29 cm, spanwijdte 45-52 cm, gewicht 85-155 g
veelvoorkomende middelgrote steltlopers. geven de voorkeur aan moerassen, vochtige weiden en graslanden tijdens het broedseizoen. Buiten het broedseizoen komen ze meer voor langs de zeekusten.
Steltlopers zijn trekvogels die in het voorjaar in grote zwermen IJsland binnenkomen en in de herfst weer vertrekken. Hoewel steltlopers samen migreren en erg sociaal zijn, nestelen ze niet in kolonies.
Het vrouwtje verlaat de kuikens vaak na het uitvliegen om te herstellen van de broedtijd. Het mannetje blijft bij de kuikens totdat ze kunnen vliegen. Hij laat ze goede voederplekken zien en waarschuwt hen voor elk mogelijk gevaar met zijn hoge roep.

Mexicaanse eend, ook in België niet onbekend

en zijn wijfje

Kuifduiker (Podiceps auritus)
31–38 cm lang, spanwijdte 55–74 cm , gewicht 300–570 g
voor in het grootste deel van Noord-Europa en Noord-Azië, en broedt van IJsland oostwaarts tot het Russische Verre Oosten

koppel Kuifeend (Aythya fuligula)
is de enige fuut-soort die op IJsland broedt. Hij komt alleen voor in het noordoostelijke deel van IJsland (Mývatn), maar kan ook elders verspreid voorkomen, behalve op het noordwestelijke fjordschiereiland
Broedt op moerassige vijvers; tijdens de trek en winter, vaak te zien op grote meren, baaien en open oceaan.
De kuifeend kan je vinden in voedselrijke gebieden in laaglandgebieden waar zij hun drijf-nesten bouwen met plantaardig materiaal. Het grootste gedeelte van de 300-vogels tellende populatie trekt in de winter naar Europa maar enkele blijven gedurende de winter langs de zuidkust.

en een Zwartkopeend
We dalen af vanuit de botanische tuin, via de kerk naar de haven. Straks wordt het een serieuse klim

enkele van de 107 treden vanuit het centrum naar de (mooie?) kerk

vanaf ongeveer de kerk hebben we uitzicht op de fjord en de haven. Het exoeditieschip dat dinsdag uit Reykjavik vertrok, ligt voor vandaag in de haven van Akureyri


er staan gewone huizen, maar ook mooie exemplaren

het centrum van het stadje is heel klein, wat eet- en drinkgelegenheden, en dat is het ....
In het noorden is er het museum ‘into the Arctic’, het bestond hier, maar blijkbaar is dat ook al een tijdje geleden

een beeld van het centrum


vanaf de haven is de omgeving goed te zien, bergen met nog heel wat sneeuw.....
En dan is er nog het geothermisch water- en zwemcomplex ‘Forest Lagoon’ op 3,5 km van het centrum, over de brug bij het zuiden van de fjord. De inkom is vrij prijzig, iets meer dan 60€ per persoon.
We overnachten in het zuiden van de stad.
Vandaag vrijdag 23 mei , is er geen blauwe lucht. Vorige nacht heeft het stevig geregend, maar deze ochtend is alles weer droog. Er is geen wind, dus ideaal om met een boot op walviszoektocht te gaan.
We kiezen voor het familiebedrijf in Haeganes, de oudste maatschappij die op walvistocht gaat (sinds 1993).

een houten boot waar ongeveer 40 mensen mee kunnen

ook hier ligt het water langs de kade vol met wieren

hier zwemmen heel wat Eider (eidereenden) rond, deze zit op een berg wieren

zijn wijfje is neutraal van kleur, de bek is wel even lang

een Tureluur wandelt rond

grote aantallen zwemmen en vliegen rond:
| Noordse Stormvogel (Fulmarus glacialis) |
Lengte45-50 cm, spanwijdte 1-1,12 m, gewicht 700-900 g
Hoewel ze op meeuwen lijken, zijn ze niet verwant aan meeuwen. In plaats daarvan behoort de Noordse Stormvogel tot de pijlstormvogelgroep. In feite zijn ze nauwer verwant aan de albatrossen van het zuidelijk halfrond dan aan meeuwen
Hoewel ze sterk vogels zijn van zee en de Atlantische Oceaan, broeden ze van de kust tot relatief ver landinwaarts waar geschikte broedgebieden zijn. De Engelse naam fulmar en de officiële naam fulmarus zijn afkomstig van een oude IJslandse naam fúlmár, wat 'smerige meeuw' betekent. Dit hangt samen met de nare gewoonte om stinkende maagolie uit te spuugen wanneer hij wordt verstoord.
Voor we aan boord gaan trekken we een wind-en waterdichte overall aan

Op de boot kiezen we een plaatsje in het midden, hier is er bijna geen gewiebel en kunnen we in de beide richtingen kijken

Noordelijk van Akureyri, langs de westzijde van de fjord, ligt Dalvik
We zien de 3 soorten walvissen welke hier in de diepste, voedselrijke fjord leven

Bultrug (Megaptera novaeangliae)
Bultruggen zijn een van de meest herkenbare walvissen in onze oceanen. Hun lange borstvinnen en unieke vinnen maken het gemakkelijk om ze te onderscheiden van de rest van hun soort. Hun lichamen zijn zwart met een wit patroon aan de onderzijde; Ieder individu heeft zijn eigen kenmerkende samenstelling, zoals mensen en vingerafdrukken. De bultjes en bobbels op de bultrughuid zijn zeepokken, net zoals je op de bodem van een boot zou vinden.
Deze ongelooflijke zoogdieren, die jaarlijks duizenden kilometers migreren, worden vaak gezien terwijl ze het wateroppervlak doorbreken en elegant in de lucht draaien. Het is dan ook geen wonder dat zoveel bezoekers van IJsland hopen deze intelligente, speelse reuzen te zien.
IJsland is een bijzondere plek voor bultrugwalvissen, omdat het de thuisbasis is van de grootste populatie van deze soort ter wereld. Ongeveer 15.000 bultrugwalvissen leven, eten en migreren naar de koude wateren van IJsland. Bultruggen reizen meestal alleen rond het eiland en jagen op kleine prooien zoals krill en vissen, die hier overvloedig aanwezig zijn. Ze worden als baleinwalvissen beschouwd vanwege de vezelrijke platen in hun mond, die in plaats van tanden hen helpen een grote hoeveelheid kleine vissen te vangen en het water te filteren.
Gedurende de winter verhuizen de meesten naar warmere wateren, waaronder het Caribisch gebied. Sommigen staan erom bekend de winter door te brengen in IJslandse wateren. Voor de kust en landinwaarts in IJsland zijn bultrugwalvissen veelvoorkomend. Ze zijn vaak te zien terwijl ze met hun staart slaan, springen en soms net voor de kust voeden. Hun waterspuit kan tot 3 meter reiken, waardoor ze van een afstand zichtbaar zijn. (https://adventures.is/blog/guide-to-humpback-whale...

net terug in het water gesprongen

kenmerkend is hun staart

2 slapende bultruggen. Wanneer ze slapen drijven ze boven

de tweede soort is de Dwergvinvis (Balaenoptera acutorostrata) , in het Engels Minke Whale, maar omwille van de stank die het dier produceert, ook wel stinky whale genoemd
Volgroeide dwergvinvissen kunnen een lengte van 10 meter bereiken en tot 10 ton wegen, waardoor ze kleiner zijn dan hun naaste verwanten, o.a.de bultrug
Als het kleinste lid van de baleinfamilie hebben dwergwalvissen geen tanden; Ze voeden zich door happen vol vis, walvisachtigen en water te drinken. Om van het water af te komen, filteren ze het door de baleinplaten, die in plaats van tanden zitten en in plaats daarvan rijen borstelachtig keratine hebben.
Dwergvinvissen leven meestal geïsoleerd of in kleine groepjes van 2 of 3. Wanneer er een voedselwoede is, kunnen deze kleine walvissen zich in grotere groepen verzamelen voor de jacht.
Het opsporen van dwergvinvissen kan lastig zijn vanwege hun grillige en onvoorspelbare aard. Ze komen vaak een tijdje boven voordat ze dieper duiken, wat meer dan 20 minuten kan duren. Hun onvoorspelbare en willekeurige gedrag maakt het moeilijker om ze te vinden. (https://adventures.is/blog/guide-to-icelands-minke...

de dwergvinvis steekt nooit zijn staart in de lucht
De derde soort, de Bruinvis, komt maar zelden lang genoeg boven water om hem te kunnen fotograferen.
Naast de walvissen zien we ook vogels

Zeekoet (Uria aalge)
lengte 40 cm, spanwijdte 67cm, gewicht 690g
zijn een nauwe verwant van de papegaaiduiker. Ze behoren tot de dieper duikende zeevogels die tot maar liefst 230 meter diep duiken voor voedsel, maar duiken meestal slechts tussen de 50 en 100 meter. Ze nestelen dicht op kliffen en hun eieren zijn zo gevormd dat ze in een cirkel rollen zodat ze niet van de rand van de klif vallen.
Ze broeden van begin mei tot half juli en blijven het hele jaar door in IJsland

Drieteenmeeuw in de vlucht

Alk (Alca torda)
Komt uitsluitend langs de kust voor. 38 cm hoog met een spanwijdte van 60 tot 69 cm. Broedt in het Noord-Atlantisch gebied in Groenland, oostelijk Canada, IJsland en grote delen van het Verenigd Koninkrijk en Scandinavië.
Voedsel: kleine scholen vi en enkele ongewervelden, zoals kleine kreeftachtigen. Hun favoriete prooien zijn kapelin, jonge kabeljauw, sproet en haring.
Ze kunnen tot 120 meter diep duiken met hun halfgevouwen vleugels en gestroomlijnde lichaam om zichzelf naar een prooi voort te stuwen. Deze techniek laat het lijken alsof ze onder water vliegen! Tijdens één duik kunnen ze meerdere scholvissen vangen en inslikken, afhankelijk van hun grootte. Ze slikken hun prooi meestal onder water om te voorkomen dat ze door meeuwen worden beroofd zodra ze weer boven komen

IJsstormvogel in de vlucht

Dalvik ligt noordelijker ook westelijk aan dezelfde fjord (Eyjafjörður) dan Akureyri. Vanuit de fjord is er een kleine zijbaai waaraan het stadje ligt.

Akureyri en Dalvik zijn aangeduid op de Google kaart
Dalvík als dorp ontstond pas iets meer dan een eeuw geleden. Daarvoor bestond het gebied uit verspreide boerderijen en enkele gebouwen die gewijd waren aan de visserij, die de boeren naast algemene landbouw beoefenden.
Toen Noorse vissers rond de eeuwwisseling naar het gebied kwamen vanwege de overvloedige haringpopulatie, groeide het dorp snel en werd het al snel de op twee na grootste haringhaven van het land. Het festival Fiskidagurinn mikli, ofwel 'De Grote Visdag', wordt nog steeds jaarlijks gehouden om deze gouden dagen te vieren.
De fjord is door de geothermie en de diepte, met een mengeling van warm en koud zeewater, een ideale plaats voor kril (kleine garnaalachtigen) en zooplankton (kleine plantaardige organismen) .Dit zorgt ervoor dat er veel voedsel is voor walvisachtigen.

enkele beelden vanuit de haven van Dalvik met op de achtergrond sneeuw en ijs op de bergen




Net ten zuiden van Dalvik bevindt zich het estuarium van de Svarvaδardalur met enkele moerassen, wandelpaden en vogelobservatieplekken.
Het natuurreservaat Svarfaðardalur beslaat ongeveer het grootste deel van de 8 km² aan beide zijden van het Svarfaðardalur-dal vanaf Húsabakki en strekt zich helemaal uit tot aan zee in de stad Dalvík.
Het natuurreservaat is het oudste moerasbeschermingsgebied van IJsland, opgericht in 1972 door enkele landeigenaren in Svarfaðardalur en de Natuurbeschermingsraad.
We rijden op een niet verharde weg, wanneer de weg te stenig wordt parkeren we de auto en wandelen we verder langs de grote watervlakten.

er vliegen, zwemmen en wandelen vogels, maar soms te ver om ze goed te kunnen bestuderen

Scholekster

Scholekster in de vlucht, hij maakt veel lawaai.... een mooie vogel

Rosse Franjepoot (Phalaropus fulicarius)
Lengte 20-22 cm , spanwijdte 37-40 cm, gewicht 50-75 g
Arctische soort. In sommige gebieden kunnen ze in sommige jaren echter vrij overvloedig zijn. broedt voornamelijk hoge Arctische moerastoendra van zuidelijk Groenland en IJsland oostwaarts over Siberië tot noordelijk Alaska en Noord-Canada, inclusief de zuidelijke laag van de Arctische Canadese eilanden; overwintert voor de kusten van Californië tot Zuid-Chili, Atlantische Oceaan van de VS tot Noord-Florida, en voor de kust van West-Afrika
De vogel vliegt snel in een zigzagbeweging, maar meestal korte afstanden tijdens de broedperiode. Het vrouwtje heeft fellere kleuren dan het mannetje, maar verder lijken de geslachten op elkaar.
De vogel is niet alleen een goede vlieger en zwemmer, maar ook een goede duiker

zoals overal in IJsland, de Grauwe Gans, ook een lawaaimaker

Kuifduiker, nu met een gestrekte nek

Bontbekplevier

verstoken in het droge gras
Regenwulp (Numenius phaeopus)
Lengte 40-46 cm , spanwijdte 71-81 cm , gewicht 270-450 g
in IJsland zijn allemaal trekvogels en hebben een gespecialiseerde snavel voor het voeden van ongewervelden dieren. Deze gespecialiseerde snavel maakt het mogelijk voor veel steltlopers om in hetzelfde gebied te foerageren zonder te concurreren om voedsel.
trekvogel en brengt een korte zomerperiode door in IJsland, omdat er een lange reis te gaan is naar de overwinteringsgebieden in West-Afrika. Er zijn vier ondersoorten van de Regenwulp, en de IJslandse is een speciale ondersoort genaamd islandicus, samen met vogels uit Groenland, Schotland en de Faeröer-eilanden.
komen halverwege mei in groepen het land binnen, maar sommige kunnen in april/mei arriveren.
Het belangrijkste nestgebied ligt aan de rand van droge en wetlands; Nesten zijn echter te vinden van grasrijke lavavelden tot zandstranden.

even rondkijken naar de omgeving

Watersnip (Gallinago gallinago)
Lengte 25-28 cm, spanwijdte 37-43 cm, gewicht 80-120 g
snippen komen veel voor in alle laaglandgebieden van IJsland. Typisch is hij te vinden in natte weiden, heidevelden en veengebieden. Ze maken zeer karakteristieke geluiden in de vlucht, soms omschreven als "trommelen".
De meeste snippen overwinteren in Ierland, maar snippen overwinteren ook in de zuidelijke kustgebieden van IJsland.

schitterend om te zien, de Noordse Stern blijft ter plekke fladderen, om dan plots in duikvlucht in het water terecht te komen, voedsel mee te pikken en dan al even snel weer terug in de lucht

de laatste vogel voor vandaag Grutto (Limosa limosa)
Hij meet 42 cm van snavel tot staart met een spanwijdte van 70–82 cm. Mannetjes wegen ongeveer 280 g en vrouwen 340 g.
Het broedgebied strekt zich uit van IJsland via Europa en delen van Centraal-Azië. Grutto’s uit de IJslandse populatie overwinteren voornamelijk in het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Frankrijk en Nederland, hoewel sommigen doorvliegen naar Spanje, Portugal en mogelijk Marokko.
Ze eten voornamelijk ongewervelden, maar ook waterplanten in de winter en tijdens de migratie. In het broedseizoen zijn de prooien kevers, vliegen, sprinkhanen, libellen, eendagsvliegen, rupsen, ringwormen en weekdieren. Af en toe worden viseieren, kikkers en kikkervisjes gegeten. In water is de meest gebruikelijke voedingsmethode het krachtig onderzoeken, tot wel 36 keer per minuut, vaak met de kop volledig onder water.
Heel leuk voor mensen die niet erg vroeg in bed kruipen, om middernacht is er nog voldoende licht (zoals 's middags in België op een duistere dag)

Op zondag 24 mei blijven we nog even langs de fjord, we bezoeken de oostzijde, Grenivik
De eerste stop is Laufas.
Niet ver van Grenivik, bij Laufas, staat een uniek turfboerderijtje, gebouwd in de 19e eeuw en een uitstekend voorbeeld van de oude architectuur. Het functioneert als volksmuseum en getuigt sterk van de oude manieren van boerenleven. Laufas heeft ook een prachtige kerk gebouwd in 1865.

we leren dat de oudste turfboerderij hier al meer dan 3,5 eeuwen geleden is gebouwd
Het is nog vroeg, nu op zondagochtend. We beelen aan om een ticket te kopen, maar er is niemand. Dus we wandelen rond

zicht op de fjord richting noorden. Vandaag staat er een stevige wind

oud landbouwalaam is opgesteld bij de parking

het kerkje, omringd door wat graven. Veel mensen hebben hier nooit gelijktijdig geleefd....

de gevels van 5 turfhuisjes, gebouwd einde 19de eeuw. De zijwanden en achteraan bestaan uit turfblokken waarop gras groeit

achteraan zijn de turfgevels goed te zien, door het gras op de daken gaan de huisjes op in de omgeving

de turfblokken zijn goed zichtbaar
Het unieke klimaat en landschap van het eiland dwongen vroege IJslanders om creatief te zijn met bouwtechnieken. Hard, onvoorspelbaar weer, vulkanische activiteit, isolatie en een gebrek aan middelen stimuleerden semi-permanente huisvestingsoplossingen.
De IJslandse turf huizen gingen deze uitdagingen aan door IJslanders gemakkelijk te laten verhuizen en opnieuw op te bouwen wanneer dat nodig was.
Deze gebouwen behoren tot de weinige overgebleven overblijfselen die een levendig beeld bieden van hoe het vroege IJsland was. Turfhuizen zijn essentieel om de geschiedenis van IJsland te begrijpen en herinneren de lokale bevolking regelmatig aan de ontberingen en vastberadenheid van hun voorouders. Toch missen veel toeristen de kans om ze te verkennen. (guidetoiceland)
Laufás turfboerderij is een voormalige pastorie, een woonhuis, gelegen in het dichtbevolkte kustgebied van Eyjafjörður in het noorden van IJsland. De boerderij werd in de 20 jaar gemoderniseerdth eeuw met nieuwe woonhuizen en stallen en is nog steeds een bewoonde pastorie. De oude boerderij maakt deel uit van de Historische Gebouwencollectie van het Nationaal Museum en wordt beheerd door het Akureyri Museum. De belangrijkste verkeersader in het gebied loopt al lang nabij Laufás en doet dat nog steeds. Laufás is een van de betere beneficia met vele voordelen en wordt meerdere keren genoemd in de middeleeuwse Saga-literatuur. De vroegste geschreven bronnen tonen aan dat er eind 12 een kerkbrand plaatsvondth eeuw.
Laufás telt 12 huizen en het hele complex is ongeveer 29 meter lang en 28 meter breed. Het grootste deel van de boerderij is gebouwd in de periode van 1840-1877, maar de oorsprong van de boerderij is ouder. Vijf gevels kijken uit op de tuin naar het westen en vormen een gevelboerderij. Aan de noordkant bevindt zich de woonkamer, daarna de ingang, de hal (skáli), het eiderhuis (dúnhús) en de opslag. De ingang geeft toegang tot een doorgang die de andere huizen met elkaar verbindt; Bruidshuis (brúðarhús), haardkeuken, voorraadkast en kleine woonkamer, met aan de andere kant een twee verdiepingen tellende badstofa. Zowel de boven- als de onderste verdieping van het Badstofa-huis zijn verdeeld in drie kamers. Ten zuiden van de boerderij ligt de kerk van Laufás binnen een begraafplaats. De buitenhuisjes staan niet meer.
Het onderste deel van de turfmuren is gemaakt van steen en sneden, maar het bovenste deel van turf, klömbruhnaus, kvíahnaus, strengur en snidda, waarbij alle daken bedekt zijn met turf. De gevels zijn van hout. De woonkamers, entree, bruidshuis en het hele badstofahuis hebben beplankte binnenmuren en houten vloeren. De rest van de huizen heeft zichtbare grasmaten en een aarden vloer. Resten van een staafconstructie zijn aanwezig in de gang, wat getuigt van de oude oorsprong van de boerderij. Een deel van de boerderij werd gebouwd van hergebruikt hout.
Laufás vertegenwoordigt een groot turfhuis, gebouwd in de noordelijke traditie, waar een gemengde bouwtechniek is toegepast. (De Turf House Traditie - UNESCO Werelderfgoedcentrum)

achteraan is er nog een langhuis te zien...

een viertal huisjes met telkens een verdieping een een schouw...
We rijden verder naar het noorden, nog ongeveer 10 km tot Grenivik
Grenivik ligt aan de overzijde van de fjord t.o.v. Akureyri, aan de voet van de 1173m hoge Kaldbakur. We wandelen even in het vissersdorp (300 inwoners) rond

er is een klein toeristisch centrum bij de zee, met een toilet en een pier

een vroegere vissersboot en een bord met info

vroeger werd hier vooral op haring gevist, er waren hier enorme scholen haring. De vissen werden in tonnen in zout ingelegd. Later, toen de haring bijna verdwenen was door overbevissing, werden haaien gevangen

het grote gebouw is het bedrijf waar vis gekuist en ingevroren wordt, voornamelijk kabeljauw

voor het oog is dit het einde van de fjord, op de kaart is de fjord nog langer...

huizenbouw: men giet betonnen balken, hierop komt een prefab basis ....

daarop wordt dan, ook al in prefab, de basis van de muren geplaatst...
En dan komt de vrachtwagen met de muren (met ramen en deuren al aangebracht), de bodem, het dak ...

ongeveer elk huis hier in Grenivik is prefab
We rijden niet verder noordelijk, we nemen eeen afkorting, een niet verharde weg, door een brede vallei, mooi landschap.


Onze volgende stop is de waterval Goδafoss. De Goδafoss-waterval is een van de meest iconische natuurwonderen van IJsland, letterlijk vertaald de "Waterval van de Goden".
Goδafoss is met zijn 12m hoogte, zeker niet de hoogste waterval op IJsland, de breedte ervan is meer dan 30m, en de vorm is een half-cirkel
Goδafoss dankt zijn naam aan het jaar 1000 na Christus, toen IJsland zich tot het christendom bekeerde. Volgens de legende gooide een lokale stamhoofd genaamd Þorgeir Ljósvetningagoði symbolisch zijn heidense beelden in de waterval, waarmee de vreedzame overgang van het land naar een nieuw geloof werd gemarkeerd.
Goδafoss wordt omringd door ruige lavavelden en dramatische basaltformaties en biedt schilderachtige wandelpaden aan beide zijden van de rivier de Skjalfandafljot. Bezoekers kunnen genieten van panoramische uitzichtpunten, prachtige foto's maken en de mist van de waterval op hun gezicht voelen.
Waterdichte kledij en stevige schoenen zijn belangrijk.
Er is een parking aan de westelijke zijde, een andere (over de brug over de rivier) aan de oostelijke zijde

aan de westelijke zijde is er een goed aangelegd pad voor mensen in een rolwagen (liefst met een motor, want het pad klimt enigzins)
Het is hier koud en er is een sterke wind, de wind blaast het spatwater naar de oostelijke zijde, hier voelen we dus geen gratis koude douche.....

tussen west en oost is er een wandelpad en een voetgangersbrug. De auto kman blijven staan, maar het pad is niet voor mensen in een rolwagen


de rivier verder stroomafwaarts, waar de grote watermassa's kolkend hun weg tussen en reeds uitgekerfde rotsen, vinden


een bord met het plan , rechts is de waterval
Aan de oostelijke zijde voelen we da ganse weg het opstuivende water, gelukkig is mijn fototoestel spatwaterdicht

dezelfde waterval, maar een andere invalshoek
Door de grijze lucht is het anders zo blauwe water, nu ook grijs...
We rijden naar onze eindbestemming voor vandaag, ons meest noordelijke punt op IJsland.
Husavik ligt op 66°02' noorderbreedt, de poolcirkel op 66°33'. (deze getallen zijn relatief, de aarde beweegt immers om zijn as, die as is zelf niet standvastig en dan wiebelt de aardbol ook min of meer onregelmatig)
Wat verder verlaten we de Ringweg en rijden we naar het noorden naar Husavik, aan de brede Skjalfabdi baai gelegen (geen fjord)

Húsavík is de thuisbasis van de Húsavíkurkirkja-kerk, een prachtig houten gebouw gebouwd in 1907 en het gemeentelijk museum voor cultuur en biologie, dat onder andere een opgezette ijsbeer en oude boten toont, getuigend van de geschiedenis van de zeevaart in IJsland.

Vanuit Husavik zijn er ook walvistochten te ondernemen. We hadden Husavik ingepland in de hoop om ofwel in Dalvik, ofwel hier een walvisboottocht te kunnen maken, met 4 dagen speling. Gelukkig was dag 1 gisteren, de beste dag, en is de locatie in de fjord voor walvissen beter
Husavik wordt wel de hoofdstad van de walvistochten (van Europa) genoemd (heeft zichzelf die titel gegeven)

verschillende bootmaatschappijen proberen 4 tot 5x per dag toeristen aan te trekken om met hen mee op walvistocht te gaan

het is hier opvallend druk van toeristen, de gebouwen in het stadje zijn mooier, misschien wordt hier aan het toerisme goed geld verdiend

,

zo te zien zijn er ook meerdere visverwerkende bedrijven...
En er is hier het Walvismuseum gehuisvest in een gerenoveerd slachthuis met uitzicht op de haven. Het is een van de weinige musea ter wereld die uitsluitend aan walvissen is gewijd. Het meest interessante voorwerp is ook het grootste: een blauwe walvisskelet gevonden uit een lijk uit 2010 dat werd gevonden op een afgelegen strand in Noord-IJsland. De walvis wordt ondersteboven tentoongesteld, met de ribbenbeenderen die tot aan het plafond reiken, en is pas zichtbaar halverwege het museum. Andere onderdelen omvatten de walvisvaartgeschiedenis van IJsland en, meest recentelijk, een itentoonstelling over plastic in de oceaan.
Het musem is erg interessant, er is echter weinig licht om foto's te maken.

toch een opvallende tekst....

de kop van een balleinwalvis. Deze dieren krijgen een enorme hoeveelheid zeewater binnen, dat nadien door de fijne mazen van de balleinen gefilterd wordt. Kleine organismen, kril, plankton, kleine vissen, ... worden dan ingeslikt. De meeste baleinwalvissen zijn enorm groot, de bultrug kan bijvoorbeeld wel 18 meter lang worden. Tijden het seizoen in de arctische wateren eten ze meerdere tonnen voedsel per dag.
Echter wanneer ze later op het jaar naar de Caribische zee trekken en daar het jong geboren wordt, eten bultruggen weinig tot niets per dag. Ze leven dan van het opgestapelde vet.
Hier in Husavik verblijven we een nacht in het Fosshotel, zoals in Hellnar. We boekten de goedkoopste kamer (klein, met badkamer), maar we krijgen een upgrade naar een standaardkamer ietwat groter maar ook met een badkamertje (met alles er op en er aan) waar men zich net kan draaien, niet voor XL's....

Maandag 25 mei
Nog een hoogtepunt in het noorden is Myvatn, dicht bij de grens tussen de Eurasiatische tectonische plaat en de Amerikaanse tectonische plaat. Het meer is als een oase in het droge, woestijnachtige binnenland van IJsland. We blijven ook hier 2 nachten.

Myvatn, het beroemde meergebied omringd door warmwaterbronnen, lavavelden, vulkanische kraters en een rijke vogelwereld.
Het Myvatnmeer in IJsland is ongeveer 2.300 jaar geleden gevormd na een grote basaltische lava-uitbarsting. Naarmate de lava zich over de regio verspreidde, bereikte het wetlands en andere laaggelegen gebieden.
Wanneer de hete lava het water raakte, veroorzaakte dit sterke stoomexplosies. Deze explosies creëerden pseudokraters, kleine, kratervormige formaties die door stoom zijn gevormd in plaats van door echte vulkaanuitbarstingen.
Dezelfde lavastroom blokkeerde ook de natuurlijke afwatering in de regio. Hierdoor werd het water vastgehouden en uiteindelijk het Myvatnmeer gevormd.
Tegenwoordig is het een van de grootste meren van IJsland, met een oppervlakte van ongeveer 37 vierkante kilometer. Het meer is ondiep, met een gemiddelde diepte van ongeveer 2,5 meter
We maken een rondrit rond het meer, er zijn heel wat bezienswaardigheden: landschappen gevormd door een enorme vulkaanuitbarsting duizenden jaren geleden, gevuld met opvallende geologische formaties. Pseudokraters, lavapilaren en borrelende geothermische poelen onthullen de krachtige krachten die het terrein van IJsland blijven vormen.
Het Myvatnmeer staat bekend om zijn rijke planten- en dierenleven omdat het meer ondiep en vol voedingsstoffen is. De diverse omgeving maakt het een van de meest fascinerende natuurlijke plekken in Noord-IJsland.
De naam "Myvatn" betekent "Muggenmeer," verwijzend naar de kleine, muggenachtige insecten die zich rond het water verzamelen. Deze zwermen zijn een van de eerste dingen die bezoekers in de zomer opmerken en spelen een belangrijke rol in het ecosysteem van het meer. Deze muggen steken niet .....
De muggen vormen een belangrijke voedselbron voor veel vogels in IJsland. Hun overvloed, samen met andere waterinsecten, ondersteunt het hele jaar door verschillende eendensoorten.

bij het rode vierkantje aan de oostzijde van het meer , maar dichter bij het meer, overnachten we

ons huisje voor 2 nachten

bij de receptie is er een terras met uitzicht op het meer. Het zonnetje schijn en geeft wat warmte...

Net ten oosten van het meer is er een lavagrot die binnenin ijs bevat, het vriest er het ganse jaar. Om in de grot te komen, moet de bezoeker kruipen… we laten de grot voor wat ze is.

onze reisgids ‘Crossbill Nature Guides Iceland’ waarin alle bezienswaardigheden wetenschappelijk zijn beschreven
Reykjahliδ is een klein dorp aan de noordoostpunt van het meer. Er zijn allerlei toeristische faciliteiten en een soort museum
We maken hier een korte wandeling naar de lava, en vooral naar de breuklijnen. Het is hier niet zo dat aan de westelijke zijde zich de Amerikaanse aardplaat en aan de oostzijde de Euraziatische aardplaat te onderscheiden is. In dit gebied waren en zijn de spanningen in de aardplaten zo sterk dat er scheuren ontstaan. Het gebied van Myvatn ligt in dat breuklijnengebied

de wandeling is goed aangeduid

de spanningen zijn zo groot dat zelfs sterke rotsen gewoon doorbreken

waar we kunnen kijken we even of we de bodem in zo een spleet zien, soms wel, dikwijls erg diep


via enkele metalen trappen kunnen we in de diepte afdalen

hier is het pad even breed, daarna is het klimmen over rotsen. Op de foto links zien we dat de spleet daar nog veel dieper gaat, er zijn touwen en kettingen voor de mensen die nog dieper willen afdalen

We rijden verder in tegenwijzerzin. De volgende stop is een korte halte. Hier is de pahoehoe-lava (geen harde uitsteeksels) goed te zien, er wat men noemt, touwlava

het lijkt op gekookte spagetti's...

de oppervlakte heeft hier meer weg van gebroken asfalt, geen stekelige lava waarop men niet kan staan

nog touwvormige lava
Aan de westzijde is er een groot schiereiland, zuidelijk ervan is een klein meer. Hier wandelen we om watervogels te zien. Ook verder zuidelijk kunnen we vogels zien

Toppereend

waarschijnlijk zitten beiden hier op een nest

Tureluur verstopt zich achter de stenen en komt dan weer tevoorschijn

moeder schaap

en haar 2 lammetjes
In het zuidoosten komt de Laxa rivier uit het binnenland. De stroming is hier zeer snel, toch zijn er enkele vogelsoorten die hier leven. De reden waarom... er is voedsel.


de Laxa rivier, wildstromend.
Een beetje uitleg: Myvatn betekent 'muggenwater'. Nu tijdens het voorjaar steken de insecten nog niet, tijdens de zomer des te meer (maar geen nood, men verkoopt hier muskietennetten om over het hoofd te trekken.
De muggen leggen hun eieren in de rivier wat verder stroomopwaarts. Er ontwikkelen zich muggenlarven, het gegeerde voedsel voor de volgende 2 soorten eenden

koppel IJslandse Brilduiker (Bucephala islandica)
zijn te vinden in Noord-Amerika en op IJsland. In de rest van Europa is het een zeldzame bezoeker.
typisch een veelvoorkomende vogel van het Mývatn-meer, waar overvloedig insectenvoedsel is, evenals weekdieren en schaaldieren. Ze broeden in lava-spleten en andere geschikte beschermde gebieden.
verhuizen in de winter naar niet-bevroren meren en rivieren.
Lengte 43cm - 48cm
Voedt zich met aquatische ongewervelden, viseieren, enkele kleine vissen en planten

Harlekijneend (Histrionicus histrionicus)
Harlekijn-eenden in Europa zijn uniek voor IJsland. Ze leven ook in Noord-Amerika en Oost-Siberië. Hij geeft de voorkeur aan rivieren met sterke stromingen en kleine watervallen waar zwarte vliegen overvloedig zijn. Hier broeden ze op verborgen nesten langs de waterkanten. Buiten het broedseizoen trekken ze meestal naar de kusten en zeeën, nabij brandingsgebieden van rotsblokken. Gezien hun voorkeur voor wilde wateren is het duidelijk dat ze uitstekende zwemmers zijn.
Deze vogels voeden zich door onder water te zwemmen of te duiken. Ze experimenteren ook een beetje. Ze eten weekdieren, kreeftachtigen en insecten.
In het zuiden is een klein meer. Hier ligt Skutustadagigar, een rij unieke pseudokraters die duizenden jaren geleden zijn gevormd. Wanneer hete lava over wetlands stroomde, vormden krachtige stoomexplosies het land tot de kraterachtige formaties die je nu ziet.

Skutustadagigar maakt deel uit van een beschermd beschermd gebied, maar bezoekers kunnen gemarkeerde paden volgen en enkele hellingen beklimmen voor een prachtig uitzicht op het meer. Het is ook een populaire plek om vogels te spotten, omdat veel eendensoorten nestelen in de omliggende wetlands.

Grauwe Franjepoot (Phalaropus lobatus)
is ongeveer 18 cm lang, met gelobde tenen en een rechte, fijne snavel, de vogel weegt 35g en heeft een spanwijdte van 38cm.
Wanneer de vogel in het voorjaar in IJsland arriveert, draagt hij zomerverenkleed en is hij erg kleurrijk. Hij is een van de laatste trekvogels die in het voorjaar in IJsland aankomt.
Tijdens de wintermaanden overleeft de Grauwe Franjepoot in Peru
De vogel is niet alleen een goede vlieger en zwemmer, maar ook een goede duiker.
Het vrouwtje is groter van formaat, heeft fellere kleuren en gedraagt zich als een dominant mannetje, waarbij de meer voorkomende vogelgeslachtsrollen worden omgekeerd. Het vrouwtje achtervolgt het mannetje tijdens de broedperiode en kan behoorlijk agressief zijn. Ze beschermt haar mannetje en broedplaats tegenover andere vrouwtjes. Na het paren kiest het vrouwtje haar nestplaats, legt vier eieren en vertrekt. Het mannetje broedt het legsel 17-21 dagen uit.

Smient

Noordse Stern

mooie wandeling met een frisse wind

een beeld van de duizenden en duizenden muggen, gelukkig steken ze nu niet
Zuidoostelijk parkeren we om een wandelpad te volgen, het loopt over een schiereiland in het Myvatn meer. Er zijn niet alleen veel vogels, maar ook grillige lavarotsen in het meer


mannetje Krakeend

en wijfje Krakeend (Anas strepera)
krakeenden zijn niet zo algemeen op IJsland maar kom je toch wel zo hier en daar tegen. Zij broedt langs sterk begroeide oevers van rivieren en meren. Bijna alle IJslandse krakeenden trekken in de winter naar de Britse eilanden.
staat bekend om het stelen van voedsel van andere eenden. Ze zijn wijdverspreid en nemen in aantal toe. In IJsland broeden ze voornamelijk in het noorden, rond Mývatn.

koppel Ijslandse Brilduiker

Kuifduiker

Kuifeend

hele kleine bloemetjes

het gebied is bekend voor de overvloed aan korstmossen op de lava


Koperwiek, hoort tot de familie van de merel en lijster. De Koperwiek is te herkennen aan zijn gezang

Alpensneeuwhoen in een gekleurd verenkleed

en in een wit verenkleed
Alpensneeuwhoen (Lagopus mutus)
De vogel is 65 cm hoog en behoort tot de fasantachtigen.
alpensneeuwhoenders zijn algemeen op IJsland. Ze vormen een belangrijke voedselbron voor roofdieren zoals de giervalk en de sneeuwuil. In veel gebieden worden zij door IJslanders gejaagd. In de natuurparken is het verboden om ze te jagen.
Het zijn standvogels die overal gevonden wordt waar er voldoende vegetatie is. De alpensneeuwhoender voedt zich met bessen, knoppen, kiemplantjes en insecten wanneer die er zijn.
Komt ook nog in vele andere landen voor.

IJseend (Clangula hyemalis)
een eend uit hooglandgebieden en noordelijke kustgebieden van IJsland (ook algemeen in Mývatn).
Deze zee-eenden komen vooral voor in het noorden van IJsland
Ze zijn erg sociaal, vooral in de winter, wanneer je ze in groepen van honderden, zelfs duizenden ziet. Hun prooi bestaat voornamelijk uit kreeftachtigen, weekdieren (schelpdieren) en kleine vissen, die ze krijgen door te duiken op dieptes tussen de 3 en 10 meter, maar ze kunnen ook tot 60 meter diep duiken.
Gemiddelde lengte 44 cm, gewicht 730 g, spanwijdte 76 cm.

Grauwe Franjepoot

Goudplevier (Pluvialis apricaria)
De goudplevier broedt meestal in heidegebieden, zowel in laag- als hooglanden, maar kan af en toe ook in andere habitats worden gevonden. In de winter migreren ze naar West- en Zuid-Europa, waar ze te vinden zijn op open akkerland, weiden en riviermondingen.




We slaan af richting een boerderij

een boerderijhuis met een grasdak
Dimmuborgir is de volgende halte, het gebied behoorde vroeger tot de eigendom van de familie waar we nu verblijven
Dimmuborgir, of het Donkere Fort, is een van de meest fascinerende plekken om te bezoeken nabij het Myvatnmeer. Dit lavaveld is gevuld met dramatische rotsformaties, grotten en torenhoge lavazuilen die een opvallend en ongewoon landschap creëren zoals nergens anders in IJsland
Er zijn hier verschillende wandelpaden, van korte geasfalteerde paden tot langere grindpaden, zodat bezoekers van alle niveaus kunnen genieten van het verkennen van het gebied.








Vanuit Reykjahliδ gaat de weg verder richting oosten. We zien stoom, we ruiken (soms heel sterk) sulfidedampen (geur van rotte eieren), we zien kale, maar gekleurde hellingen .... het vulkanisch gebied in de breukzone tussen de Amerikaanse en Euraziatische bodemplaat elke gelijkenis met huidige politieke situaties is volledig uit de lucht gegrepen...)
We komen in het Hverir Geothermisch Gebied en met een van de meest dramatische landschappen van Noord-IJsland, gevormd door borrelende modderpoelen, stoomventilatieopeningen en levendige minerale kleuren.

eigenaardig bord bij de (betalende) parking, mannen mogen niet wandelen (vrouwen dus wel) en mannen mogen wel hun behoefte doen (de toiletten zijn hier buiten gebruik) ....
Gelegen naast de Ringweg nabij het Myvatnmeer, biedt Hverir een close-up van actieve geothermische kenmerken in een open, kaal landschap, met stoom die voortdurend opstijgt en verschuift over het gebied. De geothermische activiteit concentreert zich in een compacte ruimte, waardoor men het gebied kan ervaren zonder een lange wandeling.
Vanaf de gemarkeerde paden kun je dikke modder aan het oppervlak zien koken, stoom horen sissen uit ventilatieopeningen en heldere gele, rode en oranje mineraalafzettingen over de grond zien. Het gebrek aan vegetatie en de constante stoombeweging geven Hverir een rauwe, blootgestelde uitstraling die duidelijk de vulkanische krachten die de regio vormgeven duidelijk laat zien.




kokende modderpoelen...

binnenin zo een minivulkaantje kokende modder en vooral oververhit water


Op de hellingen ziet men nog steeds veel zwavel liggen. Vroeger (tot 1940) werd de zwavel hier gewonnen en vanaf de haven van Húsavík naar Denemarken verscheept. Daar werd het gebruikt om buskruit van te maken.

even adem inhouden wanneer we door de hete zwaveldampen stappen

nadien heeft alles, ook onze handen de geur van de sulfiden. Gelukkig is dat na een tiental minuten over

gaten in de dunne korst ....





poreuze, kleurrijke stenen (door de verschillende mineralen in het gesteente)
We rijden terug naar weg 1, enkele km richting oosten
Weg 863 gaat richting noorden naar het Krafla gebied. We komen langs de geothermische centrale, waar de aardwarmte gebruikt wordt om elektriciteit te produceren. Momenteel is men een nieuwe of bijkomende centrale aan het bouwen

onder de rode koepels bevindt zich telkens een boorgat

de nieuwe centrale in aanbouw. Door de werken is het bijhorende infocentrum gesloten

de oververhitte stoom wordt vanuit de boorgaten naar de geothermische centrale gevoerd
Krafla zelf is een vulkanische caldera (krater) en wordt beschouwd als een van de meest actieve en explosieve vulkanen van het land. Het is al zo'n 29 keer uitgebarsten sinds IJsland voor het eerst werd bewoond!

breuklijnen, vulkanische activiteit, kraters, .....
Met 29 uitbarstingen sinds de vestiging heeft de Krafla-vulkaan al lange tijd de reputatie gehad een onvoorspelbaar en gevaarlijk fenomeen. Twee van deze uitbarstingen waren belangrijker dan de rest.
Tijdens de zo genoemde Myvatn-branden van 1724 tot 1729 barstte de spleet uit over een groot deel van de lengte en stuurde lavafonteinen zo hoog de lucht in dat ze over de hele Hooglanden aan de zuidkust te zien waren.
Niemand is direct door deze uitbarsting omgekomen, hoewel de as en giftige dampen mogelijk indirecte doden hebben veroorzaakt. Het vernietigde echter wel drie boerderijen.
De tweede grote uitbarsting bij Krafla vond plaats tussen 1975 en 1984. Negen afzonderlijke uitbarstingen vonden plaats, waardoor diensten, industrie en toerisme in het gebied werden beperkt en het drastisch veranderden.
Al deze gebeurtenissen hebben de ruige lavavelden en kraterformaties gevormd die men vandaag in Krafla kan verkennen. Het gebied bruist van geothermische activiteit, van stoombronnen die uit de grond oprijzen tot borrelende modderpoelen en kraters zoals de beroemde Viti in Krafla.
Bovendien wordt de ruwe energie van Krafla benut in het Krafla Geothermische Energiestation, dat de warmte onder de vulkaan aantapt om schone, hernieuwbare energie op te wekken. Dit laat zien hoe IJSLANDERS vulkanische activiteit praktisch gebruiken.
In het Krafla gebied bezoeken we Leirhnjukur Geothermisch Gebied, een van de meest actieve geothermische gebieden binnen het Krafla-vulkanische systeem, gevuld met stomende bronnen, fumarolen en borrelende modderpoelen. Het landschap hier verandert voortdurend door voortdurende geothermische activiteit.

de IJsheiligen zijn al voorbij, maar in IJsland moeten we toch nog, einde mei, door sneeuwplekken om in het vulkanische gebied te komen

omdat de sneeuw smeltend is en er diepe waterplassen overblijven, is het soms gemakkelijker om op (modderige) heuveltjes te stappen


op de Pahoehoe lava is het vrij gemakkelijk stappen

af en toe kruisen we een breuk, we proberen te kijken hoe diep ze gaat, we zien geen bodem

wanneer we in het actieve gebied komen is er een houten pad, op verschillende plaatsen gebroken of verwoest door kleine aardverplaatsingen, pakken sneeuw, ....

ook hier fumarolen (dampen), solfataren (zwaveldampgebieden), kokende modder (bevat klei door de afbraak van gesteente door de hitte)




In hetzelfde gebied, bij een andere parking, komen we bij de Vitit krater ('de hel'). Die vulkaan is op het einde van de 18de eeuw uitgebarsten. Een gedeelte van de kraterwand kan bewandeld worden.

in de caldera, de krater, is er een meer dat tijdens de winter bevroren is (dus geen vulkanische activiteit meer) en bedekt is met sneeuw. De sneeuw is nu al deels gesmolten, wat voor een mooi kleurpatroon zorgt


beeld van boven op de kraterrand richting Krafla

en richting boorgaten voor de geothermische centrale (elk boorgat is overdekt met een koepel uit aluminium


We keren terug naar weg 1, om verder richting oosten te rijden
Wat verder slaan we weg 862 is, richting noorden.
De lava die we bij het begin van de weg kunnen zien, wordt Pahoehoe lava genoemd (Hawaiaanse benaming), in het Engels Ropey lava.

basaltische lava met een glad, golvend, golvend of touwvormig oppervlak. Deze oppervlaktekenmerken zijn het gevolg van de beweging van zeer vloeibare lava onder een gestold oppervlaktekorst.

De oppervlaktetextuur van pāhoehoe-stromen varieert sterk en vertoont allerlei bizarre vormen die vaak lavasculptuur worden genoemd.
Pahoehoe oppervlak is goed begaanbaar, tegenover Aha lava met heel veel harde uitstekende delen, waar niet op kan gestapt worden
Het eerste deel van de weg is verhard. Waar het onverharde gedeelte begint is er een afslag naar rechts, naar de parking van waaruit we in een korte wandeling 2 watervallen bereiken.

het pad is eerst vlak, er ligt nog heel wat sneeuw

waar de sneeuw al gesmolten is, vormt zich een meertje gevuld met smeltwater

het pad gaat over rotsen, op de steile plekken is men gestart met een wandelpad. Zo een pad zorgt er enerzijds voor dat mensen gemakkelijker het pad kunnen volgen, anderzijds dat de fragiele plantengroei beschermd blijft omdat er niet meer op gelopen wordt

wat hoger ligt het wandelpad, helemaal niet glibberig
De Dettifoss-waterval is een van de meest spectaculaire natuurlijke bezienswaardigheden in Noord-IJsland en wordt vaak beschreven als de krachtigste waterval van Europa. Het bereikt zijn piekintensiteit tijdens de warmere maanden, wanneer gletsjersmelt de Jokulsa a Fjollum-rivier doet opzwellen en water in de kloof eronder laat bulderen.
De Jokulsa, een Fjollum-rivier, voedt de Dettifoss-waterval. Rivierwater ontspringt van de Vatnajokull-gletsjer en stroomt over de waterval met 193 kubieke meter per seconde, wat een donderende impact veroorzaakt.
Daarom wordt Dettifoss vaak beschreven als Europa's krachtigste waterval. Sommige bronnen geven die naam echter aan de Rijnwaterval in Zwitserland omdat deze een hogere gemiddelde debiet heeft, vooral in de zomer. De sedimentrijke glaciale afstroming bij Dettifoss geeft het water een grijswitte kleur.
De Dettifoss Falls zijn 100 meter breed en het water stort 45 meter in de Jokulsargljufur Canyon. De kloof ligt in het noordelijke deel van het Vatnajokull National Park, wat betekent dat Dettifoss beschermd is tegen menselijke impact zodat toekomstige generaties ervan kunnen genieten.
Het omliggende terrein bestaat uit basaltzuilen die in duizenden jaren zijn gevormd door vulkaanuitbarstingen, gletsjeroverstromingen en erosie. Dit ruige landschap vormt het perfecte decor voor de krachtige rivier en de Dettifoss-waterval.

we komen bij de waterval Dettifoss. Door het sterk opstuivende water en de wind, zien we niet waar het water beneden in de rivier terecht komt

het is alsof we in de gietende regen lopen, een goede jas, eenhoofdbedekking en een zakdoek om de lens van het fototoestel te drogen ...

een vriendelijke Hollandse jonge dame wil hier wel een foto maken.....
Dichtbij bevindt zich de Selfoss, de waterval die langs hetzelfde pad bereikbaar is.

We rijden weer terug naar de Ringweg, 162 km verder komen we aan in Egilsstaδir, de volgende verblijfplaats.

Dettifoss en Egilsstadir zijn in groen onderlijnd